Eik als erfgoeddrager. Relicten van eikenhakhout in de Hoge Kempen

De enorme ontwikkeling in de landbouwtechnieken en -methoden gedurende de vorige eeuw, samen met de opkomst van goedkope energiebronnen, leidde tot verlies van heel wat eeuwenoude en traditionele kennis van landgebruik. Het Vlaamse landschap bevat relicten uit het verleden maar we herkennen ze nog nauwelijks. We hebben immers een steeds beperktere kennis van het eertijds intensieve traditionele gebruik ervan. Dankzij de productie van de hernieuwbare natuurlijke grondstof hout, hebben bomen steeds een belangrijke rol gespeeld in de voormalige landbouweconomieën. De oudste getuigen hiervan zijn relicten van hakhout. Het beheren van bomen door het terugkerend hakken van de bovengrondse biomassa en het opnieuw laten uitgroeien van nieuwe scheuten op de basis waar de stammen werden afgekapt, is een reeds lang gekende en toegepaste methode voor de productie van hout.

Oud hakhout van eik is ontzettend zeldzaam geworden in Vlaanderen. Heel wat groeiplaatsen werden recent in kaart gebracht door de inventaris naar autochtone genenbronnen in Vlaanderen. Omwille van de concentratie aan
relicten in de Hoge Kempen richten we ons in dit schrijven op deze regio. Als zeldzame relicten uit het (soms ver) verleden hebben ze een hoge erfgoedwaarde. De nu nog aanwezige resten van hakhoutstoven in de Kempen zijn
ouder dan de dennenaanplanten die vanaf het midden van de negentiende eeuw zo aspectbepalend werden in de heiden en op de stuifduinen.

In dit artikel brengen we kennis over deze oude relicten in kaart. Een goed begrip van de vroegere werkwijze is belangrijk om het voortbestaan van de relicten te vrijwaren met een gepast beheer op maat. Eerst beschrijven we de techniek van hakhoutbeheer. Vervolgens duiden we het belang van de relicten van eikenhakhout als autochtone genenbronnen. Daarna categoriseren we de eikenrelicten als hakhout op landduinen, hakhout buiten landduinen in de voormalige heide of in voormalig bos, en hakhout specifiek rondom voormalige
akkers. We beschrijven de belangrijkste vindplaatsen en gaan iets dieper in op de groeidynamiek van oud eikenhakhout op landduin. We eindigen met enkele bedenkingen rond het opnieuw in hakhoutbeheer brengen van oude relicten.