Grenzen, wegenbouw en mercantilisme in de Oostenrijkse Nederlanden. Een geopolitieke analyse van de casus Menen

Wie nu door Menen loopt, heeft waarschijnlijk moeite om te geloven dat dit ietwat ingeslapen grensstadje tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw bekend stond om zijn ellenlange files en monsterlijke verkeersdrukte. Volgens de Franse geograaf Firmin Lentacker waren de grensovergang in Menen en de Place de l’opera in Parijs de plaatsen waar de grootste dagelijkse verkeersdrukte in Frankrijk kon worden opgemeten. Het verdwijnen van de grenscontroles aan de Europese binnengrenzen en de opening van de E17-snelweg (destijds nog de E3) tussen Antwerpen en Rijsel (Lille) in 1972 hebben een grote impact gehad op het lokale straatbeeld. Dit was de doodsteek voor de Meense kleinhandel die leefde van het drukke grensverkeer. Drie eeuwen lang was Menen een van de voornaamste grensovergang tussen Frankrijk en de Zuidelijk Nederlanden/België en net zo lang was het grensverkeer een belangrijke bron van inkomsten voor de plaatselijke economie. Vandaag de dag is de grens nauwelijks nog zichtbaar. Enkel het feit dat er in het naburige Halluin Franse straatnaambordjes staat, dat de verkeersborden er ietwat anders uitzien en dat het straatmeubilair een ander design heeft, doet het vermoeden rijzen dat men net de rijksgrens heeft overgestoken. Kortom, wie niet beter weet, loopt tegenwoordig zonder enig vermoeden de grens over.