Stage bij het MEDEA-project: Silvia blikt terug

De voorbije maanden deed Silvia Lacatus stage bij Histories in het kader van haar opleiding. Als bachelorstudente Kunstwetenschappen & Archeologie (VUB) koos ze specifiek voor het project rond MEDEA.

Hoe kwam je bij ons terecht? 

Ik hoorde voor de eerste keer van MEDEA in 2017, tijdens de lessen van het werkcollege archeologie: ik schreef toen voor dat vak een paper over een mesheftje, het handvat van een mes. Het belang van metaaldetectievondsten werd duidelijk naarmate ik de paper schreef. Het was voor mij een nieuwe wereld die openging. Ik wilde meer ontdekken en kreeg het idee om bij het MEDEA-project stage te volgen. Dat idee heb ik niet meer losgelaten. Ook met het oog op mijn bachelorpaper, die verder gaat op mesheftjes, leek het mij interessant om voor Histories te kiezen als stageplaats.   

Wat hebben we je laten doen?

Ik werd er zoveel mogelijk behandeld als een deel van het team en heb daardoor een gevarieerd takenpakket gehad: deelnemen aan vergaderingen, contactmomenten met detectoristen, schrijven van blogposts en folders, werken met vondsten en meehelpen aan interessante projecten. Een van mijn grootste taken was het werken met metaaldetectievondsten. Ik mocht dergelijke vondsten registreren en invoeren in de MEDEA-databank. Het registreren gebeurde bij detectoristen thuis en in het depot van het agentschap Onroerend Erfgoed. Door de pandemie verhuisde het werk uitsluitend tot achter de computer en kwam er zo meer tijd vrij om classificaties toe te voegen bij de vondsten (dat vraagt namelijk veel opzoekingswerk). Verder kreeg ik ook de kans om de metaaldetectiewereld te leren. Dat gebeurde via contactmomenten met detectoristen en verenigingen. Tot slot mocht ik Historiescollega Maarten Larmuseau helpen aan een project rond DNA-onderzoek waarbij ik tandensamples nam van skeletten.

Wat heb je bij ons geleerd?

Alle activiteiten waar ik aan deelnam hadden een leerrijk aspect. De vergaderingen en het netwerken brachten me kennis bij omtrent communicatie met de verschillende actoren in de erfgoed- en metaaldetectiewereld en het functioneren in team. Het was ook zeer interessant om het bezoek van minister Matthias Diependaele aan het depot van Onroerend Erfgoed bij te wonen. Via het schrijven van blogposts en folders leerde ik onder andere bij over het aanmelden van vondsten in de CAI-databank, vondsten fotografie en dergelijke. Door het werken met vondsten kreeg ik een beter idee over de informatie die ze bevatten, hun belang voor de geschiedenis en besefte ik hoe ruim het arsenaal aan objecten kan zijn. Door het samplen van tanden, ten slotte, leerde ik een steriele en labo-achtige werkwijze aan.

In het algemeen heb ik ook de werking van Histories ontdekt, en in het bijzonder die van MEDEA, met de praktische organisatie en het dagdagelijkse verloop die erbij horen. Daarnaast kon ik mijn aangeleerde onderzoekvaardigheden en historische kennis in de praktijk inzetten, wat veel voldoening gaf. Tot slot heb ik meer zelfvertrouwen opgebouwd door mee te draaien in het echte werkveld en dit ook tot een goed eind te brengen.

Mijn dank gaat uit naar mijn stagebegeleider, de Histories collega’s en de medewerkers van Onroerend Erfgoed voor de begeleiding en de constructieve en aangename werksfeer.

Jij ook bedankt, Silvia!

Gidsen en rondleiden in coronatijden

Tijdens gidsbeurten of rondleidingen kom je met andere mensen in contact en dat is tijdens de coronacrisis niet vanzelfsprekend. Onder welke voorwaarden mag je nog rondleidingen organiseren? Waar moet je rekening mee houden? Deze vragen leven bij alle musea en andere erfgoedorganisaties die hun activiteiten opnieuw willen opstarten. Daarom organiseerde FARO begin deze maand een infosessie over dit onderwerp. Wij doken in het verslag en haalden er de belangrijkste punten voor erfgoedvrijwilligers uit.

A \ Welke maatregelen moet je volgen?

Door de veelzijdigheid van regio, doelgroep en activiteiten tijdens een rondleiding is er geen eennduidige lijst van maatregelen die een musea of gidsenwerking kan volgen. Je moet daardoor verschillende bronnen raadplegen en voor jouw eigen specifieke werking de relevante subteksten doornemen. Welke dat zijn, sommen we hier even op. 

Eerst en vooral zijn er de algemeen geldende overheidsmaatregelen en adviezen van de Nationale Veiligheidsraad. Bijkomend kan jouw provinciegouverneur of lokaal bestuur extra maatregelen opgelegd hebben, die je bijgevolg ook in acht moet nemen. Vervolgens is het belangrijk om te kijken naar relevante sectoradviezenplan je een rondleiding voor scholen dan moet je het sectoradvies voor het onderwijs in acht nemen, bied je nadien ook de mogelijkheid om het museumcafé of de shop te bezoeken dan bekijk je ook best het advies voor de horeca en winkels.  

Op basis van deze bronnen kan je de maatregelen voor jouw museum of gidsenwerking opstellen. Let wel op dat de lokale kleurencode kan veranderen en eventueel snel strengere maatregelen met zich mee kan brengen. Je volgt de situatie en adviezen dus best goed op. Heeft je organisatie een preventieadviseur, dan maak je ook best samen met hem/haar een risicoanalyse van je rondleiding op.

B \ Structurele maatregelen 

Los van de regio en doelgroep waarin je een rondleiding of activiteit organiseert, zijn er ook regels die je standaard hoort te volgen om de verspreiding van het Covid-19 virus tegen te gaan.

  • Mondmaskers zijn verplicht voor volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar, en dit in musea en op drukke plaatsen (binnen en buiten). Voor rondleidingen zijn ze dus verplicht. Als museum kan je ook beslissen om min-12-jarigen een mondmasker te laten dragen, maar voorlopig is dat een weinig voorkomend fenomeen. De doorzichtige face shields (of venstermaskers) daarentegen zag je de voorbije maanden steeds vaker, maar mogen enkel om medische redenen gedragen worden. Of hierop een uitzondering gemaakt kan worden voor gidsen wordt momenteel nog onderzocht.
  • Afstandsregels: de social distancingregels vragen om anderhalve meter afstand te houden van iedereen die niet tot je bubbel behoort. Voor een zittend publiek geldt minimaal één meter afstand naar het sectoradvies cultuur, en ook dit voor iedereen die niet tot dezelfde bubbel hoort.
  • Groepsgrootte en –samenstelling: lagere scholen mogen in code geel een museum bezoeken. Voor middelbare scholen zijn er voorlopig geen buitenschoolse activiteiten toegelatenmet uitzondering van observatieactiviteiten en praktijklessen op verplaatsing in het kader van de opleiding. Een vrij bezoek zonder rondleiding kan je hen op die manier wel toelaten, mits ze dezelfde regels volgen als individuele (volwassen) bezoekers inzake mondmaskers en social distancing. Voor volwassenen en andere individuele bezoekers roept Toerisme Vlaanderen op om alle groepen te beperken tot 20 personen en het mengen van generaties te vermijden.
  • Reservaties en contact tracing: individuele bezoekers en groepen zijn momenteel verplicht om hun rondleiding op voorhand te reserveren. Ze moeten hierbij ook één contactpersoon aanduiden, wiens gegevens minstens twee weken bewaard blijven voor eventuele contact tracing bij besmetting. Ten slotte is het ook belangrijk dat je als organisatie of museum één officieel aanspreekpunt aanstelt, die deze en andere maatregelen opvolgt. 

C \ Specifieke maatregelen 

Verder kregen de deelnemers van de sessie ook nog de kans om zelf vragen te stellen, zoals hoe kan je drukte vermijden tijdens rondleidingen?is een gids met mondmasker en voldoende afstand wel goed verstaanbaar? en wat met materialen tijdens (scholen)rondleidingen?. Het antwoord op deze en meer vragen kan je lezen in het verslag van de sessie.  

Ook andere artikels en maatregelen rond erfgoedwerking in coronatijden kan je lezen op onze coronapagina

Vond je toch niet het antwoord op je vraag? Mail ons op info@historiesvzw.be en wij zoeken het samen met jou uit! 

Getuigenis: de impact van corona op kleine musea

In deze reeks geeft Histories een stem aan de erfgoedvrijwilligers in het veld. We zijn nieuwsgierig naar hoe zij de coronaperiode ervaren en hopen hiermee ook collega-erfgoedwerkers een hart onder de riem te steken.
Karel Govaerts, gepensioneerd technisch ingenieur, spendeert zijn vrije tijd graag met erfgoed. Hij is lang voorzitter geweest van de Heemkundige Kring van Merksplas en werd tevens bestuurslid bij het Gevangenismuseum te Merksplas-Kolonie (GMM) in de Noorderkempen.

Hoe ben je bij het GMM terecht gekomen, Karel?

De Kolonie en de gevangenis zijn altijd een deel geweest van mijn leven. Als kleine bengel fietste ik onderweg naar school soms een stuk mee met een landloper, die overdag ergens ging werken bij een boer. We hoorden vaak verhalen over het leven in de Kolonie. De landlopers waren altijd iets doodnormaals voor de ‘Spetsers’, de inwoners van Merksplas. De Kolonie en haar bewoners maken deel uit van onze geschiedenis.

Toen in 1993 de wet op de landloperij werd afgeschaft, besloot het Ministerie van Justitie dat het niet meer voor het enorme domein van 600 hectare kon zorgen. Plannen voor verkoop en verkaveling botsten op een heleboel acties en reacties voor het behoud van de landloperskolonies van Merksplas en Wortel, onder andere door de beruchte Mars op Wortel in 1995. Gelukkig kregen we toenmalig minister-president Van den Brande overtuigd dat het om waardevol erfgoed ging.

Na een bezoek aan de landloperskolonie van Veenhuizen in Drenthe, gesticht in dezelfde periode als die van Merksplas en Wortel, ontstond tijdens de busrit al het idee om net als in Veenhuizen een museum op te richten. Vanuit de heemkundige kring, waar ik toen voorzitter van was, namen we het initiatief. Vanaf 1999 startten we met een jaarlijkse tentoonstelling. Onze derde tentoonstelling over de landloperskolonies was zo’n succes dat we deze maar bleven verlengen. We hebben die tentoonstelling toen definitief opgesteld in de landloperskapel en voor de bezoekers werd dat ‘het museum’. Met een groep van zo’n 25 enthousiastelingen hebben we er dan echt een museum van gemaakt, met gegidste rondleidingen. Ik ben lange tijd voorzitter geweest van het gevangenismuseum en nu ben ik nog altijd betrokken als secretaris.

Kan je iets meer vertellen over het Gevangenismuseum en haar vaste werking?

Wij zijn voor individuele bezoeken geopend op zondagnamiddag van 1 maart tot eind november, want tijdens de wintermaanden is het wat te koud. De bezoekers van de zondagen zijn vaak passanten en mensen die namens een groep op prospectie komen. We richten ons immers ook op groepen. Normaal komt er in de week elke voor- en namiddag wel een bus toe, met 40-50 bezoekers. Bezoekers kunnen een gegidste rondleiding volgen, een film kijken over de laatste landlopers van Wortel en indien gewenst komt er een cipier getuigen over zijn loopbaan en het leven in de gevangenis. Met de vaste opstelling van het Gevangenismuseum vertellen we het verhaal van de landlopers in de Noorderkempen, in zijn bredere context van justitie en armoedebestrijding. De landloperskolonies van Merkplas en Wortel waren namelijk geen sociale instellingen om arme mensen op te vangen, maar een onderdeel van justitie. Ook dat aspect moet belicht worden.
Na het gegidst bezoek kunnen de bezoekers desgewenst proeven van een Klosjaars Kramiekske, een vagebondsgebakje van donkerbruin gebakken brood met honing, rozijntjes en een worstje van marsepein.
Heel belangrijk in onze werking is alleszins onze jaarlijkse tentoonstelling, die telkens is gelinkt aan het thema vrijheidsberoving, in de meest brede zin geïnterpreteerd.

Het museum bevindt zich op een prachtig natuurdomein met veel erfgoedelementen. Om het museum met het landlopersdomein te verbinden, werken we samen met Toerisme Merksplas en met Kempens Landschap, dat recent ook een nieuw bezoekerscentrum heeft ingericht. Op die manier kunnen bezoekers hier gemakkelijk een dagprogramma vullen. We doen ook regelmatig mee met Open Monumentendag en met Erfgoeddag, als het thema het enigszins toelaat.

Jullie openen het museum na een winterstop op 1 maart, maar dit jaar ging België twee weken later in lockdown. Hoe hebben jullie je aangepast aan de situatie?

Onze werking – geheel gedragen door vrijwilligers – was door corona bijna helemaal stilgevallen, omdat we het museum voor drie maanden moesten sluiten. Pas toen in juni de eerste versoepelingen kwamen, konden we de deur weer opendoen voor individuele bezoekers, uiteraard mits toepassing van de gevraagde maatregelen – éénrichtingsverkeer, handhygiëne, mondmasker… Tijdelijk zijn bezoekers welkom op vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag. Vanaf september ontvangen we ook weer groepen, maar we kunnen enkel groepjes van maximaal tien personen gidsen. Men kan ook weer kiezen voor de getuigenis van een cipier. Ook de film kan weer worden bekeken, maar het Klosjaars Kramiekske kunnen we helaas nog niet aanbieden. Als je iets te eten of drinken wil aanbieden, val je onder het horecaprotocol en dat is zo ingewikkeld dat we hebben besloten om dat voorlopig nog achterwege te laten. Dat is ook jammer voor Widar, de sociale instelling die de Kramiekskes bakt en die we op die manier steunen.
Van zodra we weer open mochten doen, hebben we geprobeerd weer publiciteit te maken via de website, via Facebook en de pers om aandacht te krijgen, want als je in de belangstelling staat, krijg je bezoekers.

Hoe verliepen de aanpassingen achter de schermen?

Het was niet zo’n grote moeite om de technische zaken in orde te brengen: handgel ter beschikking stellen, een éénrichtingsroute uitstippelen en richtingaanwijzers aanbrengen. Organisatorisch gezien moeten we nu wel werken met een relatief zwaardere teamverdeling: met een kleinere groep mensen moeten we wat meer taken verrichten. Sommige medewerkers zijn begrijpelijkerwijs wat terughoudend voor fysieke ontmoetingen, ook al respecteren we alle maatregelen. Enkelen hebben zich tijdelijk teruggetrokken. Maar omdat we voor individuele bezoekers nu drie dagen open zijn, moet er dus ook meer permanente aanwezigheid zijn. En omdat we met kleinere groepen van bezoekers werken, moeten we op meer gidsen beroep doen. Er is dus wel meer belasting op onze beschikbare erfgoedvrijwilligers.

“Het museum is dan wel weer geopend, de terugval in de bezoekersaantallen is enorm.”

Wat is de uiteindelijke impact van corona op het GMM?

Het museum is dan wel weer geopend, de terugval in de bezoekersaantallen is enorm. Dat de deur weer op een kier staat is weliswaar positief, want je blijft draaien en je krijgt ook weer wat belangstelling, maar het aantal bezoekers blijft beperkt. Tijdens de drie dagen dat we open zijn passeert ongeveer het aantal dat we normaal op één zondagnamiddag ontvangen. Dat betekent natuurlijk dat we heel wat inkomsten missen. Die centen hebben we eigenlijk hard nodig, want binnen enkele jaren verhuizen we naar de Grote Graanschuur op het domein en daar is nog bijzonder veel geld voor nodig. Dit jaar hebben we helaas zo goed als geen inkomsten.

Heeft de lockdownperiode ook voor positieve gevolgen gezorgd, of was het enkel kommer en kwel?

We hebben van de sluiting geprofiteerd om één van onze topstukken van het museum – de originele maquette van de Grote Hoeve van het landlopersdomein – een behandeling met giftig gas tegen memel te geven.
We onderzoeken nu ook wat sneller dan gepland hoe we het contactloos betalen kunnen introduceren. Dat is nuttig in coronatijden, maar zal ook handig zijn voor het nieuwe museum. En misschien hebben de vele vrijwilligers van ons inventarisatieproject ‘Dwaallichten’ nu net iets meer tijd tijdens deze coronatijden.

Door het noteren van contactgegevens van de bezoekers in het kader van contact tracing ben ik wel aangenaam verrast te merken dat heel wat bezoekers van redelijk ver in België én Nederland naar het GMM komen. Voor mij betekent dit dat de uitstap naar ons museum niet zomaar een toevalligheid was, maar een bewuste keuze om thuis te vertrekken en het GMM te bezoeken.

“Door het noteren van contactgegevens van de bezoekers in het kader van contact tracing ben ik wel aangenaam verrast te merken dat heel wat bezoekers van redelijk ver in België én Nederland naar het GMM komen.”

Hoe zien jullie de nabije toekomst van het GMM evolueren?

Alles zal afhangen van de versoepelingen die nog worden toegestaan. Persoonlijk verwacht ik voorlopig niet veel verandering. Onze huidige manier van werken zullen we noodzakelijkerwijs moeten blijven volgen tot er een vaccin is en mensen opnieuw het vertrouwen krijgen om in groep culturele uitstappen te ondernemen. Die manier van werken baart me eigenlijk niet zoveel zorgen, wél de grote financiële verliespost door het wegblijven van de groepsbezoeken. Zodra het vaccin er is, verwachten we weinig problemen om ons oude bezoekerspeil opnieuw te halen en de stijgende trend van de voorbije jaren verder te zetten.

Een laatste vraag, Karel: heb je nog een tip die je graag wil delen met andere erfgoedvrijwilligers?

In de eerste plaats natuurlijk de regels volgen. Verder zou ik zo snel mogelijk weer publiciteit maken en in de belangstelling proberen te komen. Besteed aandacht aan het bekend maken én houden van je erfgoedvereniging, de zaken waarmee je bezig bent en de dingen die in jouw erfgoedlocatie mogelijk zijn. Voor dat laatste verschilt de concrete invulling vaak van museum tot museum en het is wel belangrijk dat de bezoekers ook weten wat kan en wat niet kan in joúw museum.

 

Dankjewel voor dit interview, Karel.

 

Meer info over het Gevangenismuseum? www.gevangenismuseum.be

Afbeeldingen © Karel Govaerts

BIS-stage bij Histories: Bram blikt terug

Het afgelopen halfjaar was Bram bij Histories in het kader van een BIS-stage actief als ondersteunend projectmedewerker. Hij blikt tevreden terug op een interessante periode.
 
Hoe ben je bij ons terecht geraakt?
 
Het was bij mij als recent afgestudeerde niet anders dan bij de rest: een lastige zoektocht naar een eerste professionele uitdaging. Op de website van FARO zag ik op een bepaalde dag de vacature voor deze betaalde stage voorbijkomen. Gedurende enkele maanden echte’ professionele ervaringen binnen een jonge vzw in het Vlaamse erfgoedveld opdoen, dat leek me wel wat: ik solliciteerde meteen. Ik was dus blij toen ik bericht kreeg dat ik midden maart direct aan de slag kon bij Histories. Wanneer ik echter terugkwam van een korte vakantie in het buitenland werd meer en meer duidelijk dat mijn starten in de strengste weken van de lockdown en de coronamaatregelen ging vallen. Eva, Rob en Frea waren daarin echter zeer flexibel. Met elke vraag kon ik bij hen terecht, zelfs nog voor mijn eerste dag.

Wat hebben we je laten doen?

De coronatijd in het voorjaar viel bij Histories samen met een interessante periode: na een eerste jaar als jonge vzw werd met het jaarverslag teruggeblikt en bijgestuurd in een nieuw beleidsplan. Plots moest dit feedbackmoment, zoals zoveel evenementen, volledig digitaal doorgaan en waagde Histories zich aan een eerste webinar! Tegelijk liep ook het MamaMitoproject, dat ook meteen de gevolgen van de lockdown voelde: de leeszalen van de archieven en de documentatiecentra bleven voorlopig immers dicht. Op die manier kregen vele deelnemers aan het project voor het eerst te maken met online genealogisch onderzoek. Daarnaast kon ik ook mijn communicatie en social media skills bijschaven: de nieuwsbrief, coronatips op Facebook en de website konden goed van thuis uit opgevolgd worden. Met de voorzichtige heropening van het kantoor in Gent zag ik Frea en Gwendolyne voor het eerst fysiek (tot dan was het door een cameralens), wat voor enkele ICE-projecten toch een enorme meerwaarde bleek. Die flexibele combinatie van grotere projecten en praktische ondersteuning bij anderen was een goede leerschool en heeft mee veel professionele ervaringen bijgeleerd. Tot slot heb ik zelf ook enkele vormingen kunnen bijwonen.

Wat neem je mee naar de toekomst? 
 
Naar het einde van mijn stage speelden de coronacijfers weer op. Het grootste deel van mijn stage bij Histories heb ik dus van aan de keukentafel thuis moeten werken. Maar dat kon niet verhinderen dat de afgelopen maanden me toch zeer aangenaam zijn bevallen. Bij mijn begeleiders Rob en Frea en de andere collega’s kon ik steeds terecht met vragen en op korte tijd kon ik veel ervaring opdoen door het breed en gevarieerd takenpakket. Ook de aanwezigheid van de andere ‘bissers’ was een groot voordeel: er konden veel ideeën over en weer worden gespeeld. Zowel in de communicatie, de sociale media en de nieuwsbrief als in lopende ICE-dossiers kon ik bijspringen, eigen inbreng tonen en ervaring opdoen. Terugblikken doe ik daarom met een ietwat speciale maar positieve nasmaak: de coronamaatregelen, de toffe collega’s, de digitale vormingen en het diverse takenpakket maakten van mijn tijd bij Histories een unieke maar aangename ervaring!
 
Bedankt Bram!

Nieuwe BIS-archiefmedewerker in het team: Christopher De Keyser

Afgelopen maand ging Christopher De Keyser aan de slag bij Histories in het kader van een beroepsinlevingsstage (BIS). Christopher is historicus en archivaris van opleiding en zal de komende maanden het archief van twee van de drie erflaters van Histories – Heemkunde Vlaanderen en LECA – in kaart brengen. Naar de aard van de functie gebeurt dit vanop kantoor in Mechelen en niet via telewerk.

Archief: waar erfgoed en geschiedenis samenkomen

Christopher studeerde Geschiedenis aan de VUB en werkte voor zijn Masterproef rond aspecten van lokale hulpverlening. Dit onderzocht hij voornamelijk via Winterhulp, een hulporganisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief was en waarvan recent een rijk archief toegankelijk gesteld werd. Geïntrigeerd door de gehanteerde ontsluitingsmechanismes van dit archivalische erfgoed volgde hij daarna de master-na-masteropleiding Archivistiek: Erfgoedbeheer en Hedendaags Documentbeheer (VUB). Tijdens die opleiding liep Christopher ook stage in de archiefdienst van de Belgische Senaat. Daar verdiepte hij zich in de complexiteit van archiefvorming, toen hij het archief van een gepensioneerde topambtenaar mocht inventariseren dat zich op het snijvlak tussen organisatie- en persoonsarchief bevond.

Twee polen: klassiek en digitaal archief

Christopher wil via deze beroepsinlevingsstage zijn vaardigheden als archivaris verder aanscherpen. Hij zal zich daarom in eerste instantie bezighouden met het ontsluiten, schonen en selecteren van de overgedragen (papieren) archieven van Heemkunde Vlaanderen en LECA. Daarnaast zal hij bekijken of het huidige archiefbeheerssysteem van Histories geoptimaliseerd kan worden voor de toekomstige aangroei van (digitale) documenten. Deze taken bieden tevens een overzicht van waar deze organisaties zich de voorbije decennia mee hebben beziggehouden en hoe ze zich tegen het erfgoedlandschap hebben afgetekend. Op die manier  hoopt Christopher bij Histories ook ervaring binnen de erfgoedsector in het algemeen op te doen.

Je kan Christopher bereiken via christopher.dekeyser@historiesvzw.be.

Minister Jan Jambon op mini-stage bij landelijke dienstverlenende erfgoedorganisaties

Vlaams minister van cultuur Jan Jambon ontmoette op dinsdag 22 september alle landelijke dienstverlenende organisaties uit de erfgoedsector in De Hoorn in Leuven. Histories en 10 andere dienstverleners lieten de minister kennis maken met hun werking aan de hand van een mini-stage en verhalen van erfgoedvrijwilligers.

Erfgoed wordt vaak geassocieerd met grote instellingen zoals musea of archieven. Minder zichtbaar zijn de vele erfgoedgemeenschappen en de cultureel erfgoed-organisaties die op landelijk niveau een dienstverlenende rol opnemen. Om hun inzet en waarde zichtbaar te maken organiseerde Histories samen met CEMPER een co-creatieve workshop die de verbindende rol van dienstverleners in de verf zet. Minister Jambon legde een puzzel en kreeg daarbij uitleg over projecten zoals MamaMito en Op handen gedragen (het processienetwerk waar ook Histories deel van uitmaakt).

“Op een moderne, toekomstgerichte manier en met veel enthousiasme zetten de landelijke dienstverlenende rollen het erfgoed in Vlaanderen op de kaart”
– minister van Cultuur Jan Jambon

De ontmoeting met de minister was gericht op zoveel mogelijk ervaring en interactie. Zo werd hij onthaald onder het geschal van jachthoornblazer Dirk De With die net als de voorzitter van de frituristenbond Navefri, Bernard Lefèvre, getuigde over de erkenning van het jachthoorn blazen tot immaterieel cultureel erfgoed. Behalve de puzzel kreeg de minister de opdracht om zelf een kelk te registreren, een Vlaams schilderij toe te voegen aan Wikipedia en onder begeleiding van edelsmid Patrick Storme een champagnecoupe te smeden. Hij kreeg ook een filmpje te zien over de werking van dienstverlenende organisaties waarin onze coördinator Eva Wuyts getuigt over het belang van erfgoedvrijwilligers.

De minister vond de hele dag heel boeiend en onthulde in een reportage van ROB-tv zijn interesse om misschien in de toekomst zelf erfgoedvrijwilliger te worden, al zal dat gezien zijn drukke carrière voorlopig nog even moeten wachten.

Tijd-Schrift: Erfgoed in het klein

Het nieuwste themanummer van Tijd-Schrift draagt de naam ‘Erfgoed in het klein’. Dit thema kan op verschillende manieren worden ingevuld. Het zou kunnen focussen op erfgoed dat fysiek klein is, of erfgoed dat als klein en irrelevant wordt ervaren. Onze auteurs tonen aan dat dit tweede alvast niet correct is. Ook ‘klein’ erfgoed kan een schat aan informatie over het verleden bevatten. Je moet alleen weten waar je moet kijken. En dat illustreren de auteurs in dit nummer met verve. De opzet van dit themanummer was dan ook duidelijk: voorbij de ‘usual suspects’ gaan en enkele minder voor de hand liggende soorten erfgoed onder de aandacht brengen.

Waardevol klein erfgoed

De redactie hoopt met dit nummer onderzoek naar ‘klein erfgoed’ te stimuleren. Veel van de bijdragen handelen immers over erfgoed dat in verschillende instellingen aanwezig is, maar soms over het hoofd wordt gezien. Er liggen nog verschillende collecties aan potscherven te wachten op onderzoek. Ook familiealbums zijn al te vaak genegeerd als primaire bron. En dankzij de nieuwe typologie voor ex voto’s is het eenvoudiger hier zelf mee aan de slag te gaan en correct te bewaren. Onderzoeksmatig zijn er dus nog veel mogelijkheden met ‘klein’ erfgoed. Dankzij online tests is het zelfs mogelijk om met DNA aan de slag te gaan.

De auteurs tonen in dit themanummer op hun eigen manier aan hoe waardevol ‘klein’ erfgoed kan zijn. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor alle soorten erfgoed, niet enkel de meest bekende of waardevolle varianten. Want door onze blik te verleggen, leren we veel bij over het verleden en onze eigen geschiedenis. De redactie hoopt dan ook dat dit themanummer inspiratie kan bieden om de eigen erfgoedcollectie op een andere manier te bekijken en met elkaar te verbinden. Maar daarnaast hopen we ook dat de lezer geniet van de interessante bijdragen in dit nieuwe nummer van Tijd-Schrift.

Inhoud

  • Brigitte Dekeyzer, De wereld in het klein, Gent-Brugs getijdenboeken uit de late vijftiende en vroege zestiende eeuw als rariteitenkabinet avant-la-lettre
  • Maxime Poulain en Wim De Clercq, Kasteel in scherven. De sociale rol van aardewerk in vijftiende- tot achttiende-eeuws Middelburg-in-Vlaanderen
  • Maarten Larmuseau, Het kleinste archiefdocument als historische vaderschapstest. De combinatie DNA en stambomen verraden de frequentie koekoekskinderen over de eeuwen heen
  • Kim Descheemaeker, Het familieleven in beeld. Fotoalbums als blik op het verleden (circa 1860-1940)
  • Hans Geybels, Ex voto’s. Beloftes in beeld gebracht

Zin in meer?

Tijd-Schrift verschijnt driemaal per jaar. Een jaarabonnement kost 25 euro. Een los nummer kost 10 euro (+ 4,75 euro verzendingskosten).
Bestellingen kunnen doorgegeven worden via info@tijd-schrift.be of op 015/80.06.30.

Rekeningnummer Histories:
IBAN: BE95 7370 4813 2958
BIC: KREDBEBB

Vacature: beroepsinlevingsstage medewerker familiegeschiedenis

Mensen, Groep, Familie, Oude, Historische, Zwart WitHistories is dé dienstverlenende erfgoedorganisatie voor erfgoedvrijwilligers. Wij ondersteunen heemkundigen, genealogen, traditiedragers, metaaldetectoristen en andere mensen en organisaties die vanuit passie zorg dragen voor cultureel erfgoed.

Sinds 2019 biedt Histories ook een thuis aan familiegeschiedenis.be. Met deze online handleiding ontdek je stap voor stap je familieverleden in historische documenten en hedendaagse databanken. Thematische dossiers en verhalen zorgen voor de nodige verdieping, zodat jouw voorouders binnen hun historische context tot leven komen.

Heb je een vlotte pen en ben je gebeten door familiegeschiedenis of genealogie? Kan je enerzijds vakliteratuur, maar anderzijds ook mondelinge geschiedenis (kritisch) vertalen voor het grote publiek? Wil je al doende leren en zo ervaring en een netwerk opbouwen? Dan is een betaalde stage van zes maanden bij Histories wellicht iets voor jou.

Gedurende een half jaar leer je bij ons vaardigheden en competenties die jouw kans op een job in de erfgoedsector versterken. Als voltijds medewerker werk je samen met interne en externe collega’s aan de uitbouw, verbetering en bekendmaking van familiegeschiedenis.be. Daarnaast ondersteun je individuen en gemeenschappen die werken rond genealogie en maak je ook kennis met andere initiatieven binnen Histories.

Takenpakket

  • Je realiseert (in samenwerking met interne en externe collega’s) de inhoudelijke upgrade van familiegeschiedenis.be.
  • Je verzamelt en verwerkt hiervoor (studenten)evaluaties, feedback van collega’s, input uit het veld en technische data.
  • Je finaliseert enkele themadossiers. Je gaat hiervoor in overleg met diverse stakeholders.
  • Je doet technische aanbevelingen voor de verbeteringen van de website (en realiseert deze waar mogelijk).
  • Je doet voorstellen voor de hervorming van de redactieraad van familiegeschiedenis.be.
  • Je doet onderzoek naar de mogelijkheden voor een gelijkaardig initiatief over lokale geschiedenis of heemgeschiedenis.
  • Je proeft van de vele initiatieven van Histories en helpt een handje waar mogelijk.

Wat heb je ons te bieden?

  • Je bent in het bezit van een universitair diploma Geschiedenis of hebt aantoonbare relevante werkervaring.
  • Je hebt affiniteit en ervaring met genealogie.
  • Je bent een krak in copywriting; je schrijft heldere, wervende teksten en correcte spelling en grammatica zijn vanzelfsprekend voor jou.
  • Je werkt gestructureerd en planmatig. Je bent sterk in projectmanagement.
  • Je bent analytisch van geest: je kan complexe materie snel verwerken en hoofd- en bijzaken van elkaar scheiden.
  • Je hebt zin voor initiatief en pakt problemen aan.
  • Je toont zelfstandigheid in je werk, maar bent eveneens in staat om in team te werken.
  • Je kan je inleven in de standpunten en belangen van diverse stakeholders, van historici over genealogische verenigingen tot individuele genealogen.
  • Je bent geïnteresseerd in verbinding en kruisbestuiving.
  • Je kan overweg met kantoorsoftware zoals o.a. tekstverwerkers. Heb je daarnaast ook kennis over Drupal en beeldbewerkingssoftware (GIMP, Photoshop…), dan heb je een streepje voor.

Wat biedt Histories?

  • Je werkt mee aan de uitbouw van een nieuwe organisatie die een centrale positie inneemt in de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen.
  • Je komt terecht in een participatieve en inclusieve organisatie met een ervaren team. Er is een professioneel kader dat inzet op jouw begeleiding en ontwikkeling.
  • Je werkt normaal gezien in een historisch pand in het centrum van Mechelen, maar in het kader van coronapreventie ken je een groot deel van het werk ook van thuis uit doen.
  • We bieden (maximaal) 6 maanden een overeenkomst aan voor een voltijdse beroepsinlevingsstage (37u30/week). De financiële vergoeding bedraagt 812,86 euro per maand aangevuld met een sociaal abonnement voor woon-werkverkeer.
  • Je krijgt de kans om een sterkere positie op de arbeidsmarkt te verwerven door je competenties te ontwikkelen, een breed netwerk uit te bouwen en concrete ervaring op te doen.

Interesse?

Stuur ten laatste op 4 oktober 2020 je cv en motivatiebrief per e-mail naar vacature@historiesvzw.be met een duidelijke vermelding van ‘kandidatuur familiegeschiedenis.be’. Het is belangrijk dat je in deze brief duidelijk maakt wat jouw verwachtingen zijn van de stage, welke vaardigheden je wil inzetten en hoe deze stage past in jouw loopbaanontwikkeling. Op basis van deze motivatie en het curriculum vitae, wordt een eerste selectie gemaakt. Geselecteerde kandidaten worden uitgenodigd voor een digitaal gesprek op 13 of 15 oktober 2020. In de week voorafgaand aan het gesprek maken ze ook een thuisopdracht die moet ingediend worden vóór 11 oktober 2020. Indien je nog vragen hebt over deze vacature kan je contact opnemen met info@historiesvzw.be.

Getuigenis: de impact van corona op kermiscultuur

In deze nieuwe reeks laat Histories verschillende mensen aan het woord over de invloed van de pandemie op hun erfgoedpraktijken. De eerste getuigenis komt van Steve Severeynsfoorkramer en erfgoedbezieler van de kermissector. Zowel op nationaal als internationaal niveau is hij actief bezig met het borgen van dit erfgoed.  

Je beoefent het bijzondere beroep van foorkramer. Hoe ben je daarin gerold? 

Ik ben een foorkramer van kleins af aan. Foorkramer zijn wordt doorgegeven van vader op zoon of van moeder op dochter. Het is iets dat al generatieslang wordt gedaan en dat was bij mij ook het geval. Vijftien jaar geleden heb ik de attractie van mijn ouders overgenomen. Zij stonden op de kermis met een rupsmolen. In de beginjaren was dat een oudere rupsmolen met een kap over en dan is dat geëvolueerd naar de modernste snellere molen waarvan het laatste exemplaar mijn ouders nieuw hebben laten maken. Het is die molen die ik heb overgenomen toen ik trouwde met Debbie. Zij is eveneens van jongs af aan bekend met het kermisleven: ze is afkomstig uit een Ierse circusfamilie. Samen hebben we intussen een dochter van 10 en ook zij proeft af en toe al mee van het leven op de foor en de werking achter de schermen.

Je zet je ook in voor de borging van het kermiserfgoed en de kermiscultuur, hoe doe je dat?

Sinds 2006 ben ik actief als nationaal secretaris in onze beroepsvereniging, de Verdediging der Belgische FoorreizigersZeven jaar geleden richtten we een kermiserfgoedcomité op om het borgen van de kermiscultuur actief te stimuleren. Ook op Europees niveau is er een kermisorganisatie, European Showmen’s Union (ESU), waarin ik zetel als secretarisDie unie brengt 22 nationale organisaties uit 17 verschillende landen samen.  

 Er wordt al een aantal jaren gesensibiliseerd – zeker sinds de erkenning van de kermiscultuur als immaterieel erfgoed in Vlaanderen – om ook de andere aangesloten landen werk te laten maken van een erkenningsdossier. Landen zoals Frankrijk, Zweden en Finland staan intussen op hun nationale inventaris van immaterieel erfgoed en werken nu actief mee aan een gezamenlijk en multinationaal Unesco-dossier. Dit erkenningsdossier krijgt al mooi vorm en we hopen de aanvraag in te dienen in 2021.  

Hoe heb je de impact van corona op je erfgoedwerking ervaren? 

De impact op de kermis was bijzonder groot. Het culturele en Unesco-verhaal van de kermis wordt al enkele maanden overschaduwd door de coronacrisis. We hebben er de laatste tijd hard voor geijverd om de kermiscultuur zichtbaar te houdenTijdens de lockdown hebben we in een aantal de steden solidariteitsacties opgezet. We bedankten bijvoorbeeld de zorgsector met gratis smoutebollen of doneerden extra tablets aan rusthuizen. Als kermis wilden we (nog steeds) mensen samenbrengen, en voor vreugde en plezier zorgen – ook in moeilijke tijdenZo konden we hen steunen én de kermis niet laten vergeten. De kermis komt en gaat en veel mensen staan er niet bij stil dat daar een hele werking achter zit. Dat mag zeker blijven maar dat maakt ons onzichtbaar op zo’n moeilijk moment als nu met de corona-crisisMet onze acties wilden we dus ten alle tijden vermijden dat ze ons zouden vergeten, zodat we na corona ook vlot de banden terug kunnen opbouwen en ook om een beetje media-aandacht te krijgen.

“Zo zijn we Marc Van Ranst en zijn team coronaproof pommes d’amour, een typische
kermislekkernij, gaan brengen.”
 

Verder hebben we ook intensief gelobbyd om het belang van kermiscultuur aan te kaarten op alle niveaus. Onze vereniging werkt nationaal dus we zijn overal in het land met politici gaan praten: van schepenen, over gouverneurs tot ministers. Daarnaast zijn we ook op de radar van lokale crisiscellen gekomen en hebben we ook met virologen zoals Marc Van Ranst over onze situatie gesproken. We zijn van nature een sympathieke sector, zo zijn we Marc Van Ranst en zijn team coronaproof pommes d’amour, een typische kermislekkernij, gaan brengen 

We kregen veel begrip, maar helaas ook weinig concrete oplossingen. We zijn dan maar zelf aan de slag gegaan: we hebben zelf een veiligheidsprotocol uitgewerkt om te tonen dat een kermis ook coronaproof kan doorgaan. Voor ons was dit echt nodig om de kermiscultuur niet te laten verdwijnen. Met die cultuur bedoelen we het immaterieel erfgoed van de kermis, maar ook de koppeling die er is met vele andere lokale tradities, rituelen en gebruiken in Vlaanderen (denk maar aan carnavalstoeten, processies, worpenvogelpik…).  De kermis is de rode draad in feestelijk Vlaanderen!  

“De kermis is de rode draad in feestelijk Vlaanderen” 

Waren er ook financiële gevolgen voor jullie? 

Absoluut, we kunnen het financieel niet aan om een heel jaar van de kaart geveegd te worden. We zijn financieel volledig afhankelijk van onze attracties en de inkomsten die we halen uit de kermissen. Als de kermissen niet doorgaan, hebben we ook geen inkomsten.  

Foorkramers hebben geen fysieke locatie – normaal reizen wij overal rond – maar nu konden we ons nergens meer opstellen. Om toch zichtbaar te blijven moesten we wel op zoek naar alternatieven. Een oliebollenkraam werd thuis voor de deur opgezet of er werd aan huis geleverd en lunaparken konden ook in de voortuin van de foorkramer opgesteld worden zodat we niet uit het straatbeeld verdwenen.  

Hebben jullie nog andere acties ondernomen? 

Ja, toch wel. In het begin van de crisis zag het er zeer slecht uit, alsof er geen enkele kermis zou komen een heel jaar lang. Eind juni kregen we dan het nieuws dat er weer enkele kermissen gehouden mochten worden, dit gaf ons even een lichtpuntje. Maar eind julkregen we dan opnieuw een slag in ons gezicht. De onzekerheid speelde verschillende gemeenten ook parten en ze beslisten vaak om dan maar geen kermis te houden. Dat voelde als een steek in ons hart. Toen hebben we even onze tanden laten zien en zijn we op straat gekomenOnder het motto ‘Red de kermiscultuur’ hebben we in verschillende provincies optochten georganiseerd met kermisvoertuigen. We kregen veel steun van de mensen. Zo stonden er kinderen langs de weg met bordjes met daarop ‘Wij missen de kermis!’.  

“Tijdens de acties stonden kinderen langs de weg met bordjes
met daarop ‘Wij missen de kermis!’ ”
 

Hoe zie je de toekomst van de kermis?  

Door al het harde werk van de afgelopen maanden hebben we enigszins een voorzichtig positief toekomstbeeld voor de kermis.  

We zijn erin geslaagd om goed in de kijker te blijven en kermis op de politieke agenda te zetten. Daarnaast hebben we toch een beetje perspectief kunnen bieden op korte termijn, verschillende gemeenten hebben bijvoorbeeld al aangegeven ons te steunen door geen standplaatsvergoedingen en dergelijke te vragen. Een sympathiek gebaar en het bewijs dat onze boodschap toch is aangekomen.  

Door deze crisis hebben we ook geleerd dat de kermis wel een plaats heeft in een corona-tijdperk, ook als deze situatie volgend jaar nog zou aanhouden. De kermis is dynamisch en past zich aan. We hopen zo veel mogelijk de kermiscultuur in de dorpskernen te bewaren maar als het moet, in coronatijden, onderzoeken we ook de mogelijkheid om eventueel privéterreinen te gebruiken. We verkennen alle mogelijkheden om een duurzame toekomst te garanderen maar kijken in de eerste plaats naar het najaar. Voor september zien de cijfers er wat beter uit. We hebben intussen ook al de bevestiging gekregen dat er een aantal kermissen zullen doorgaan met coronamaatregelen. Het zal ons jaar niet goedmaken maar het is toch iets 

De angst heeft er wel even serieus ingezeten. De kermis heeft zo’n lange geschiedenis en al verschillende moeilijke periodes doorgemaakt, telkens heeft de kermis stand gehouden. Zelfs tijdens WO I en WO II zijn de kermissen blijven doorgaan, dus het kan toch niet dat een virus als corona daar een einde aan zou maken?  

De kermis is zo oud als sommige kerken. Ze zit ingebakken in het DNA van de mensen, onlosmakelijk verbonden aan de tradities die in onze dorpen en families leven. De kermis is zo oud, omdat ze kan overlevenDaar zijn we als foorreizigers ook trots op. We hebben het als gemeenschap moeilijk gehad – en we gaan het nog moeilijk krijgen – maar er is wel terug hoop. Kermis heeft een dynamisch karakter en past zich aan aan de maatschappijde maatregelen... We zijn klaar voor een volgende 1200 jaar kermis! 

“De kermis heeft een dynamisch karakter”

Steve krijgt het tijdens het interview even moeilijk wanneer de impact van de coronacrisis op de foorkramers en de algemene kermiscultuur duidelijk wordt. De foorreizigers hebben zich de laatste maanden als een sterke gemeenschap verenigd maar ook Steve als persoon heeft zich immens ingezet… niets was hem te veel om ‘zijn’ kermis te redden. Hiblijft strijdvaardig en geeft nog een paar tips mee over hoe om te gaan met erfgoed in deze coronatijden.  

In de eerste plaats mag je niet opgeven! Verder stel je best ook niet gewoon je activiteit uit, je weet immers niet hoe de toekomst eruitziet. Laat alles dus symbolisch doorgaan, in alternatieve vormen die coronaproof zijn. Vaak is het budget een probleem maar zoek toch naar een alternatief. Dat is niet altijd simpel. Ik zie mezelf ook als een ‘traditionalist’, vaak hebben we het moeilijk om ons vast stramien te doorbreken maar in deze tijden is dit niet slim. We moeten ons net zo dynamisch mogelijk opstellen om te overlevenDurf out of the box te denken en blijf er voor gaan 

 Dankjewel voor dit interview, Steve! 

Meer info over de kermiscultuur in Vlaanderen? 
http://www.dfb-vbf.be/nl/ 
https://www.facebook.com/forain.be
https://esu-ufe.eu/en/

Afbeeldingen © Steve Severeyns

Vacature: beroepsinlevingsstage medewerker communicatie

Histories is een jonge dienstverlenende erfgoedorganisatie voor erfgoedvrijwilligers. Wij ondersteunen erfgoedvrijwilligers en -organisaties die vanuit een passie zorg dragen voor cultureel erfgoed.

Heb je een vlotte pen en ben je gebeten door digitale media? Dan is deze betaalde beroepsinlevingsstage bij Histories misschien iets voor jou! Gedurende een half jaar leer je bij ons vaardigheden en competenties en krijg je de kans om mee te bouwen aan de digitale aanwezigheid van Histories. Je zal daarbij project- en procesmatig ingezet voor verschillende communicatietaken.

Wat heb je ons te bieden?

  • Je beschikt minstens over een bachelordiploma, bij voorkeur uit een opleiding met een focus op digitale media en communicatie of gelijkwaardig door ervaring.
  • Digitale media zijn écht je ding en je voelt goed aan wat je publiek wil.
  • Je hebt een uitstekende kennis van het Nederlands en beschikt over goede redactionele vaardigheden.
  • Je beschikt over goede communicatieve vaardigheden, kan sociale situaties goed inschatten en werkt participatief oplossingen uit.
  • Je kan zelfstandig werken maar ook in team en je bent een goede planner.
  • Je hebt zin voor initiatief, bent resultaatgericht en pakt problemen aan.

Wat biedt Histories?

  • Je werkt mee aan de uitbouw van een nieuwe organisatie die een centrale positie inneemt in de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen.
  • Je komt terecht in een participatieve en inclusieve organisatie met een ervaren team. Er is een professioneel begeleidingskader dat inzet op jouw begeleiding en ontwikkeling.
  • Histories heeft haar kantoor in het centrum van Mechelen, maar omwille van de coronamaatregelen, zal je het grootste deel van het werk van thuis uit doen.
  • We bieden (maximaal) 6 maanden een overeenkomst aan voor een voltijdse beroepsinlevingsstage (37u30/week). De financiële vergoeding bedraagt 812,86 euro per maand aangevuld met een sociaal abonnement voor woonwerkverkeer.

Een snelle start is gewenst.

Interesse?

Stuur ten laatste op 27 september 2020 je cv en motivatiebrief per e-mail naar vacature@historiesvzw.be met een duidelijke vermelding van ‘BIS communicatie’. Het is belangrijk dat je in deze brief duidelijk maakt wat jouw verwachtingen zijn van de stage, welke vaardigheden je wil inzetten en hoe deze stage past in jouw loopbaanontwikkeling.

Op basis van deze motivatie en het curriculum vitae, wordt een eerste selectie gemaakt.

Indien je nog vragen hebt over deze vacature kan je contact opnemen met info@historiesvzw.be.