Heemkunde en de inventarisatie van luidklokken (pdf)

Heemkunde en de inventarisatie van luidklokken

Bladwijzer 24: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen maart 2019 • 24

Onze kerken krijgen veel minder gelovigen over de vloer, met meer en meer herbestemmingen tot gevolg. Daardoor verliezen ook de luidklokken in de kerktorens hun oorspronkelijke functies en worden ze op die manier kwetsbaar. Nochtans hebben klokken ontegensprekelijk een waarde die verder reikt dan het economische. Historisch, sociaal, artistiek en heemkundig hebben klokken ons nog steeds iets te bieden wat weinig andere kunstvoorwerpen kunnen. Bovendien blijft Vlaanderen achter bij ons omringende gebieden in het inventariseren van het klokkenbestand.

In dit artikel beginnen we met een geïllustreerde beschrijving van wat vroeger van een luidklok verwacht werd en het belang van een goede inventaris. In een verder hoofdstuk verzamelen we voorbeelden van wat men kan vinden op luidklokken om daarna over te stappen naar de praktische aanpak bij het inventariseren en het verzamelen van achtergrondinformatie. We eindigen met een aantal min of meer concrete suggesties om de luidklokken in de belangstelling te houden en niet enkel in het geheugen van de ouderen in de bevolking. We hopen met deze bijdrage een stimulans te zijn voor de lokale heemkundige groepen om werk te maken van een inventaris van het patrimonium aan luidklokken. Uit ervaring weten we dat ze meer dan eens verrast zullen zijn om een stuk erfgoed te ontdekken waarvan ze alleen auditief ooit iets hebben vernomen.

Hoe publiceer je rekenbladen of datasets met heemkundige informatie op Wikidata? (pdf)

Hoe publiceer je rekenbladen of datasets met heemkundige informatie op Wikidata?

Bladwijzer 22: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen mei 2018 • 22

Wellicht bewaar je als heemkundige kring heel wat informatie over lokaal erfgoed in rekenbladen. Die rekenbladen zijn ook voor personen buiten je heemkundige kring interessant. In het vorige nummer van Bladwijzer werd uitgelegd hoe je een rekenblad makkelijk leesbaar kunt maken voor andere personen en computers. Je data aan derden beschikbaar stellen maakt het mogelijk dat je werk door een groter publiek gebruikt en gewaardeerd kan worden. Een goed begin is je rekenbladen op je eigen website downloadbaar te maken. In dit artikel leer je hoe je die informatie via Wikidata gemakkelijk kan delen en hoe anderen je informatie verder kunnen aanvullen.

De digitale omwenteling: handige online-instrumenten voor erfgoedverenigingen (pdf)

De digitale omwenteling: handige online-instrumenten voor erfgoedverenigingen

Bladwijzer 22: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen mei 2018 • 22

De ontwikkeling van het internet en de toepassingen daarop gaan razendsnel. Het lijkt wel alsof niemand die nog kan bijhouden. Van lokale erfgoedorganisaties bestaat bovendien vaak een beeld van oude en stoffige verenigingen, bevolkt door (jong-)gepensioneerden die moeite hebben om wegwijs te geraken op het internet.

De realiteit is enigszins anders. Ja, lokale erfgoedverenigingen bestaan voor een groot deel uit mensen die niet zijn opgegroeid in de digitale samenleving. En ja, ze hebben het vaak moeilijk om jonge mensen of zogenaamde digital natives te betrekken in hun vereniging. Maar in de praktijk merken we dat deze verenigingen met vaak heel beperkte middelen of in samenwerking met professionele erfgoedorganisaties een grote digitale weerbaarheid en vindingrijkheid tonen.

In dit artikel willen we enkele van deze praktijken delen, gaande van communicatie tot het digitale beheer van je organisatie of collectie, en tips aanreiken om zelf met je vereniging digitaal aan de slag te gaan en om een digitale strategie te ontwikkelen. We richten ons daarbij op twee soorten van toepassingen: enerzijds toepassingen die de interne werking van je vereniging ten goede komen en anderzijds toepassingen die erop gericht zijn om je werking naar het publiek te ontsluiten.

Collecties duurzaam registreren in een rekenblad (pdf)

Collecties duurzaam registreren in een rekenblad

Bladwijzer 21: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2017 • 21

De reden voor het succes van rekenbladen is eenvoudig: Je vindt het programma op elke pc of laptop terug. Gegevens in rekenbladen zijn makkelijk doorzoekbaar, sorteerbaar en filterbaar. Een kopie van je collectie-inventaris is snel gemaakt en je kan hem meteen delen met je collega’s en andere geïnteresseerden.

Maar inventarissen in rekenbladen zorgen ook voor heel wat hoofdbrekens, vooral bij mensen die ze willen hergebruiken voor hun eigen onderzoek, of bij mensen die ze moeten omtoveren tot een mooie website of databank. Gebruikers raken moeilijk wijs uit de precieze betekenis van gegevens in je rekenblad. En op die website lijken willekeurige karakters verwisseld te zijn met de vreemdste tekens.

In veel gevallen is de oorzaak dat we rekenbladen te complex maken en er vanuit gaan dat gebruikers over heel wat impliciete kennis beschikken om het rekenblad te interpreteren - kennis die voor de maker evident is, maar voor de gebruiker natuurlijk niet altijd. Maar vaak is de oorzaak ook dat we rekenbladen opslaan in bestandsformaten die enkel het softwareprogramma waarmee ze gemaakt zijn correct kan uitlezen.

Dit artikel bevat een aantal tips hoe je voor onderzoekers en ontwikkelaars die met jouw rekenblad aan de slag gaan het leven een stuk eenvoudiger kan maken. Daarbij volgen we één leidend principe: je rekenblad dient ‘zelfverklarend’ te zijn. Dat betekent dat je de gegevens in je rekenblad zo organiseert dat onderzoekers of ontwikkelaars ze intuïtief juist kunnen interpreteren.

Hoe beschrijf ik audiovisueel materiaal? (pdf)

Hoe beschrijf ik audiovisueel materiaal?

Bladwijzer 19: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen mei 2017 • 19

Voor het verdere behoud en beheer van je audiovisueel materiaal, ook als je het digitaliseert, is het belangrijk dat je het beschrijft. Dit artikel maakt duidelijk hoe archief- en collectiebeheerders die niet gespecialiseerd zijn in audiovisuele materialen, dat op een eenvoudige manier kunnen doen. Door beschrijving van je audiovisueel archief vermijd je informatieverlies. In sommige gevallen kan het heel wat centen en energie kosten om achteraf te achterhalen wat je vandaag kan beschrijven.

Agrarische erfgoedcollecties registreren, waarderen en herbestemmen (pdf)

Handleiding ‘De hand aan de ploeg’. Agrarische erfgoedcollecties registreren, waarderen en herbestemmen

Bladwijzer 18: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2016 • 18

Vlaanderen evolueerde de afgelopen 150 jaar van een overwegend rurale maatschappij naar een sterk verstedelijkte samenleving, waarin de klemtoon ligt op industrie en diensten. Ook de landbouwsector kende een ver doorgedreven mechanisering. Die evolutie liet heel wat ruraal erfgoed na: van boeken, archieven, documentatie en foto’s tot landbouwmateriaal, keukengerief en ambachtelijk alaam. Ook tradities en gebruiken uit de landbouw zijn vormen van agrarisch erfgoed.

Hoewel het agrarisch erfgoed een enorm (cultureel, maatschappelijk, economisch en toeristisch) potentieel in zich draagt, sloten het voorbije decennium talrijke landbouwmusea hun deuren. Vaak gaat het om omvangrijke collecties met grote, moeilijk te herbergen objecten. Het vraagt veel onderhoud, kennis van zaken en ruimte om de objecten tot hun recht te laten komen. Het is vervolgens niet nodig en ook niet mogelijk om alles te bewaren. Goed onderbouwde en ingrijpende keuzes dringen zich op. Daarnaast is er bij het grote publiek, en zeker bij de jonge generaties, ook sprake van een zekere vervreemding tegenover het agrarische en rurale verleden.

De uitdagingen zijn dus groot om het (roerend) agrarisch erfgoed zijn verdiende plaats te geven/laten behouden in het bredere erfgoedlandschap. Om dit te verwezenlijken is in de eerste plaats een inhoudelijke ondersteuning vereist die het fundament legt voor verdere initiatieven. Vanuit erfgoedstandpunt betekent dit terugvallen op de basis: wat is er aanwezig in de collecties, wat is de toestand van de stukken, welke contextinformatie is er beschikbaar?

Hoe archiveer ik websites? (pdf)

Hoe archiveer ik websites?

Bladwijzer 18: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2016 • 18

De meeste organisaties hebben al een of meer websites versleten. Bij de overgang naar een nieuwe website stellen organisaties zich wel eens de vraag hoe ze de oude kunnen archiveren. Vaak bevat zo’n oude website interessante gegevens die niet meer relevant zijn voor de nieuwe, maar die wel een historische waarde hebben voor de organisatie. Wat is dan de eenvoudigste manier om die informatie te archiveren?

Nog niet zo heel lang geleden bestonden websites enkel uit statische html-pagina’s. Dit zijn eenvoudige tekstpagina’s met een opmaak die de webbrowser kan omvormen tot een webpagina. Om deze websites te archiveren, volstond het om het mapje met de bestanden naar je eigen computer te kopiëren. Recente websites maken echter gebruik van een Content Management Systeem (CMS). Dit is een databank waarin de website-informatie wordt beheerd en waarin webpagina’s samengesteld worden op het ogenblik dat ze geopend worden. Dit maakt de website dynamisch, maar ook veel moeilijker om te archiveren.

In dit artikel bespreken we hoe zo’n (dynamische) website op een eenvoudige manier digitaal gearchiveerd kan worden. De website zal terug statisch gemaakt worden en offline opgeslagen worden in een vorm waarin ze op lange termijn bewaard kan worden. Net zoals bij e-mails is het digitale karakter bij websites een essentiële eigenschap die bewaard moet worden. Zonder digitale bewaring zou je de look & feel en de ervaring om door de website te surfen missen.

MEDEA als ‘crowdsourcing’ registratieplatform voor metaaldetectievondsten in Vlaanderen (pdf)

Digitaal erfgoed van bodem tot cloud. De ontwikkeling van MEDEA als 'crowdsourcing' registratieplatform voor metaaldetectievondsten in Vlaanderen

Bladwijzer 18: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2016 • 18

In de bodem bevinden zich heel wat restanten uit het verleden. Met een metaaldetector kan eigenlijk iedereen deze archeologische nalatenschap opsporen. Sinds kort is dat ook wettelijk toegelaten. Het MEDEA-platform wil de vele detectievondsten online beschikbaar maken voor onderzoekers en het brede publiek. Zo wordt de hobby niet alleen een fijn tijdverdrijf, maar krijgt ze ook een wetenschappelijke meerwaarde. MEDEA is een driejarig project van de vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie (SKAR) en de onderzoeksgroep Sociale Media en Informatietechnologie (SMIT) aan de Vrije Universiteit Brussel en PACKED vzw.

Hoe kun je Linked Open Data thesauri gebruiken om je collectie te beschrijven? (pdf)

Hoe kun je Linked Open Data thesauri gebruiken om je collectie te beschrijven?

Bladwijzer 17: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen augustus 2016 • 17

Een goede collectiebeschrijving is niet alleen noodzakelijk voor een goed beheer van je collectie, maar ook voor de doorzoekbaarheid ervan. Een beschrijving van het geheel en de delen geeft je reeds een overzicht van je collectie, maar hiernaast is ook een goede beschrijving per voorwerp gewenst. Het achterhalen van de gegevens die het verhaal achter elk voorwerp vertellen (bijvoorbeeld het gebruik en de herkomst), vereist echter kennis. Als deze kennis aanwezig is in kleine collectiebeherende organisaties, zit ze vaak verspreid bij verschillende medewerkers. Zij dienen samen te werken bij de beschrijving, niet alleen om ze zo volledig mogelijk te krijgen maar ook te verzekeren dat gelijkaardige voorwerpen een gelijkaardige beschrijving krijgen, en geen verschillende.

Een gelijkaardige beschrijving voor gelijkaardige voorwerpen veronderstelt het gebruik van dezelfde termen. Als je voor de beschrijving van een voorwerp bijvoorbeeld een dialectwoord in plaats van een gestandaardiseerde term gebruikt, zal je het voorwerp nog wel terugvinden in de collectiecatalogus maar mogelijk andere medewerkers niet wanneer zij bij het zoeken andere dialectwoorden gebruiken. Bovendien beperkt een dialect zich steeds tot een bepaalde regio, waardoor het gebruik van dialectwoorden in collectiebeschrijvingen de collecties ontoegankelijk maakt voor geïnteresseerden van buiten de regio. Dit is slechts één voorbeeld waarom je in je collectiebeschrijving steeds moet gebruikmaken van gestandaardiseerde termen zoals die zijn vastgelegd in een thesaurus.

Het normaliseren van je collectiebeschrijving met een geschikte thesaurus is echter een tijdrovende en foutgevoelige taak. Vaak moet je immers eerst voor iedere term de juiste schrijfwijze in de thesaurus opzoeken en deze vervolgens handmatig overnemen in je collectiebeheersysteem. Bovendien zijn thesauri geen statisch gegeven. Ze evolueren doordat ze verder worden uitgebreid en geactualiseerd. Hierdoor loop je al snel het risico dat je termenlijst veroudert. Bovendien wil je je collectiedata mogelijk niet enkel doorzoekbaar maken, maar ze ook verrijken met bijkomende contextuele informatie.

In dit artikel gaan we op zoek naar het antwoord op de volgende vragen: hoe kun je het gebruik van een thesaurus bij het beschrijven van je collectie vereenvoudigen, en ze minder arbeidsintensief en foutgevoelig maken? Biedt het gebruik van Linked Open Data thesauri hiervoor een oplossing? En hoe doe je dat dan in de praktijk?

Archives Portal Europe: jouw archieven in Europa (pdf)

Archives Portal Europe: jouw archieven in Europa

Bladwijzer 17: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen augustus 2016 • 17

Archives Portal Europe, ofwel Archieven Portaal Europa of APE, is een website waar je beschrijvingen van archiefbestanden, inventarissen en gerelateerde gedigitaliseerde documenten uit heel Europa kan terugvinden (www.archivesportaleurope.eu). Door één zoekterm in te tikken, zoek je doorheen de inventarissen van zo’n 2.124 Europese bewaarinstellingen. Het platform, dat in een eerste fase enkel toegankelijk was voor de Rijksarchieven in België, staat sinds 2016 ook open voor beschrijvingen van kleinere verenigingen via Archiefbank Vlaanderen.

Inspirerende voorbeelden om aan de slag te gaan met sporterfgoed (pdf)

Symposium ‘Het Geheugen van de Sport’. Inspirerende voorbeelden om aan de slag te gaan met sporterfgoed

Bladwijzer 16: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen april 2016 • 16

Op 16 oktober 2015 zakte de sport- en erfgoedwereld in groten getale af naar het Sportimonium
voor een symposium over sporterfgoed. Naar aanleiding van het project ‘Het Geheugen van de
Sport’ had het museum verschillende sprekers uit binnen- en buitenland uitgenodigd om enkele best
practices te komen presenteren over het omgaan met sportarchieven en -erfgoed. Wat is sporterf-
goed en waarom is het vrijwaren ervan zo belangrijk ? Hoe kan jij aan de slag gaan met het spor-
tieve verleden van jouw gemeente of club en waar kan je dan terecht? Op deze en andere vragen
kregen de deelnemers een antwoord.

Het symposium vormde het officiële startschot van het project ‘Het Geheugen van de Sport’, dat mogelijk wordt gemaakt dankzij de steun van het Fonds Baillet Latour. De heer Alain De Waele, secretaris-generaal van het Fonds, mocht het symposium inleiden. Vervolgens was het aan Bregt Brosens, wetenschappelijk medewerker van het Sportimonium, om het project voor te stellen. De bedoeling van het project is het sporterfgoed van België in kaart te brengen en de vele sportclubs en -federaties aan te sporen om zelf aan de slag te gaan met hun erfgoed. ‘Vaandel ‘Velo-club Rap zijn Wint’, collectie Sportimonium Algemeen Rijksarchivaris Karel Velle benadrukte de noodzaak om het Belgische sportpatrimonium te bewaren. Hij wees erop dat sporterfgoed tot voor kort te stiefmoederlijk werd behandeld. "De ‘bezitters’ van sportarchieven en -erfgoed zijn zich nauwelijks bewust van het belang ervan, aldus Velle, waardoor het vaak slecht wordt bewaard." Concreet zijn volgens hem drie acties noodzakelijk om het Belgische sportpatrimonium veilig te stellen.

1) In de eerste plaats is het belangrijk dat archieven en erfgoed worden geregistreerd. Daarvoor moet men echter weten waar ze worden bewaard.

2) Voorts dient erfgoed goed beheerd te worden. Waar het precies bewaard wordt, is minder van belang, zolang dit maar centraal gebeurt en sportarchieven en –erfgoed gedeeltelijk of geheel digitaal ontsloten worden.

3) Tot slot acht Velle een goede zorg voor het Belgische sporterfgoed maar mogelijk indien diverse actoren samenwerken.

 

Checksums?! Een instrument voor betrouwbare digitale langetermijnbewaring (pdf)

Checksums?! Een instrument voor betrouwbare digitale langetermijnbewaring

Bladwijzer 15: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2015 • 15

Digitale bestanden zijn kwetsbaar, niet alleen door de snel wijzigende technologie maar ook doordat alle digitale dragers onbetrouwbaar zijn voor langetermijnbewaring als ze niet worden gekoppeld aan o.a. goede back-up- en controleprocedures. Zonder de nodige voorzorgen kunnen digitale gegevens zelfs al op korte termijn verloren gaan of onbedoeld wijzigen. Dit fenomeen noemt men bitrot. De oorzaak hiervan ligt vaak bij de mechanische slijtage van de drager, of in een wijziging van de chemische samenstelling ervan. Daarom is een identieke kopie als back-up steeds noodzakelijk. Ook fouten bij het kopiëren van bestanden kunnen echter gegevensverlies tot gevolg hebben, bv. bij het maken van een back-up.

Een checksum stelt je in staat om dergelijke fouten of informatieverlies op te sporen. Het vertelt je bij de verslechtering van de drager wanneer je het oorspronkelijke bestand moet vervangen door de back-up, en stelt je in staat te verifiëren of de back-up wel een identieke kopie is van het origineel. Iedereen die digitale bestanden duurzaam wil archiveren, zou zonder uitzondering dergelijke checksums moeten aanmaken en ze vervolgens regelmatig moeten controleren.

Het principe van een checksum of controlegetal is erg eenvoudig: op een reeks letters of cijfers wordt met behulp van een algoritme een berekening uitgevoerd, met een nieuwe, kortere tekenreeks als resultaat. Door die berekening achteraf opnieuw uit te voeren en te vergelijken met de vorige uitkomst, kan worden gecontroleerd of de tekenreeks nog correct is. Een bekend voorbeeld is het laatste cijfer van een ISBN-nummer of de eindcijfers van je bankrekeningnummer.

In de informatica wordt deze techniek gebruikt bij datacommunicatie en -opslag. Hierbij wordt een algoritme uitgevoerd op een reeks bits, de verzameling enen en nullen waaruit elk digitaal bestand inessentie bestaat. Wanneer daarvan een bit verandert, levert dit een ander controlegetal op en is het duidelijk dat er iets mis is met het bestand. Zo’n controlegetal kan op elke willekeurige reeks bits worden berekend, dus ook op bijvoorbeeld een digitale afbeelding of tekstbestand.

Ga digitaal met je (erfgoed)verhaal! (pdf)

Ga digitaal met je (erfgoed)verhaal! Van wetenschappelijke tekst tot interactieve applicatie

Bladwijzer 14: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen augustus 2015 14

We kunnen er onmogelijk aan ontsnappen dat onze maatschappij aan een snel tempo digitaliseert. Reeds meer dan de helft van de Vlamingen heeft een smartphone of een tablet. Hiermee liggen we nog ver onder het Europese gemiddelde (ongeveer 70 procent) maar het geeft toch aan dat de digitale informatiedragers steeds meer deel van ons dagelijks leven beginnen uitmaken. Stellen dat ook de erfgoedsector hieraan onderhevig is, is een open deur intrappen. De nieuwe technologieën en hun toepassingen worden dan wel vooral ingezet in de profit marketing, toch is het vooral de erfgoed- en toerismesector die het meeste gediend is met deze nieuwe technologieën. Ze zijn er bijna voor gemaakt. En dat is ook het geval voor wat betreft digital storytelling, of in andere woorden: het vertellen van verhalen aan de hand van de hedendaagse multimediale technieken en digitale kanalen.

Marketeers bijten soms de tanden stuk op het verzinnen en ensceneren van goede verhalen om hun producten op authentieke wijze te promoten. Erfgoed heeft dat probleem gelukkig niet. Ons erfgoed staat bol van grote en kleine verhalen. Dankzij digital storytelling kunnen we bezoekers de verhalen echt laten beleven in en rond onze musea, archiefinstellingen, monumenten, steden of regio’s. De stap naar digital storytelling is echter lang niet voor iedere erfgoedorganisatie evident. Erfgoedbeheerders zien dikwijls de enorme mogelijkheden en voordelen van digital storytelling, maar blijven toch vaak zitten met de vraag hoe ze eraan kunnen beginnen.

Met dit artikel willen we graag een eerste aanzet geven om te starten met digital storytelling. Het is de neerslag van de sessies ‘Ga digitaal met je erfgoedverhaal’ die dit voorjaar in alle Vlaamse provincies werden georganiseerd in het kader van de ‘Erfgoed in de Praktijk’, een laagdrempelige vormingsreeks die de deelnemers helpt bij de organisatie van hun activiteiten tijdens erfgoedevenementen als Erfgoeddag, Open Monumentendag en Open Kerken Weekend. De partners van ‘Erfgoed in de Praktijk’ zijn Familiekunde Vlaanderen, FARO, Heemkunde Vlaanderen, Herita en Stichting Open Kerken.

Archiveren van digitale beelden (pdf)

Archiveren van digitale beelden

Bladwijzer 13: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen april 2015 13

Foto’s hebben vaak een grote emotionele waarde. Daarom hoor je na een brand wel eens de opmerking dat men vooral het verlies van foto’s betreurt. Ze zijn onvervangbaar in tegenstelling tot heel wat andere zaken in huis. Foto’s kan je dan ook maar beter veilig bewaren. Voor digitale foto’s gelden nog andere risico’s. In dit artikel willen we overlopen wat je best doet om digitale foto’s zo goed mogelijk te bewaren.

Archief

Strategieën om archieven en collecties eeuwig te bewaren (pdf)

Bronnen voor de toekomst. Strategieën om archieven en collecties eeuwig te bewaren

Bladwijzer 10: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen maart 2014 10

‘Ze schrijven geschiedenis’ wordt wel eens geroepen als een voetbalclub een belangrijke wedstrijd wint. Men bedoelt dan dat het winnen van die wedstrijd wel eens een mijlpaal kan zijn in de voetbalgeschiedenis of de geschiedenis van de club. De gebeurtenis is uiteraard een deel van de geschiedenis, maar kan pas onderdeel uitmaken van de geschiedschrijving als we er nog naar kunnen teruggrijpen. Het beschrijven van het verleden gebeurt immers niet in het wilde weg, maar op basis van historische documenten. Zonder bronnenmateriaal, geen geschiedschrijving.

Deze bronnen zijn te vinden in verschillende vormen: foto’s geven een beeld van hoe het vroeger was, verslagen verwijzen naar beslissingen en acties, ledenlijsten werpen een blik op het ledenbestand, affiches verhalen van evenementen, voorwerpen herinneren aan gebeurtenissen, krantenknipsels laten zien wat de pers belangrijk vond, verhalen brengen een persoonlijke kijk op het verleden tot leven, boeken en tijdschriften geven weer wat publiek verspreid werd. Zo kan een genuanceerd beeld gevormd worden van de maatschappij jaren, decennia of eeuwen geleden. Deze bronnen maken deel uit van grotere gehelen, namelijk archieven en collecties. Doordat ze samen ontstaan en bewaard zijn, vullen ze elkaar aan.

Asbest in je erfgoedcollectie? (pdf)

Asbest in je erfgoedcollectie?

Samen met de erfgoedvrijwilligers van enkele heemkundige kringen gingen ETWIE en Histories vzw op zoek naar asbest in collecties. We bezochten een tiental collecties en vonden asbest op onverwachte plaatsen. Het project liep tot augustus 2022.

Deze brochure geeft een aanzet voor erfgoedvrijwilligers om veilig en verantwoord om te gaan met asbest. We duiken eerst in de eigenschappen en toepassingen van asbest, vooraleer de geschiedenis van het mineraal uit te pluizen. Vervolgens staan we stil bij de gezondheidsrisico’s en het beleid dat wordt ontwikkeld om die risico’s te beperken. Ten slotte geven we mee hoe je asbest kan herkennen aan de hand van een aantal zeer concrete voorbeelden, aangevuld met de nodige tips!

Ik wil mijn eerste boek publiceren. Hoe ga ik te werk? (online artikel)

Ik wil mijn eerste boek publiceren. Hoe ga ik te werk?

Je hebt als nieuwe heemkring een eerste historische publicatie uitgewerkt. Of je wil als particulier een publicatie uitgeven, bijvoorbeeld een historisch fotoboek van het bedrijf bij je om de hoek. Hoe ga je te werk om dit werk te publiceren zonder er je broek aan te scheuren? In deze bijdrage gaan we ervan uit dat het om een interessante en goed uitgewerkte publicatie gaat die bijvoorbeeld nagelezen en goed bevonden werd door een deskundige lezer.

Zoek een uitgever…

Probeer eerst eens of je geen instanties kan vinden die je boek voor jou willen uitgeven. We denken hier niet alleen aan uitgeverijen. Als je er natuurlijk van overtuigd bent een heel professioneel en uitermate interessant boek te hebben geschreven dat door een groot publiek gekocht zal worden, moet je toch eens proberen je manuscript en boekvoorstel (informatie over opzet en inhoud, genre, vorm, doelgroep en belang) naar uitgeverijen te sturen die gelijkaardige werken publiceren. Via https://literairvertalen.org/kennisbank/uitgeverijen kan je een overzicht krijgen van de grote uitgeverijen in Vlaanderen, maar misschien is er ook een kleine uitgeverij in je buurt waarbij je meer kans maakt.

Informeer je wel voldoende over het contract. Een modelcontract vind je via www.sabam.be. Voordeel is dat een uitgeverij heel wat taken op zich neemt (zoals redactie, vormgeving, promotie, verspreiding, …), nadeel is dat je niet over alles zelf kan beslissen en dat dit geluk maar een beperkt aantal auteurs ten dele valt. Je hebt misschien meer kans bij een andere instantie. Dit kan bijvoorbeeld je gemeente zijn of het bedrijf dat het onderwerp is van je boek. En als je een particulier bent: de heemkundige kring in je gemeente. Die instanties hebben vaak al ervaring met het publiceren en kunnen misschien het risico (en de kosten) op zich nemen.

… of geef het boek in eigen naam uit

Je kan het boek ook in eigen naam uitgeven, al dan niet met sponsoring en subsidies. Voor een éénmalige uitgave moet je geen handelsregister of BTW-nummer hebben. Je moet best wel een aantal voorzorgsmaatregelen nemen om het financiële risico te beperken. Als je werkt met een gewone uitgeverij of een veredelde kopiezaak werk je best met een voorintekenlijst. Je maakt dan promotie (vb. een foldertje, maar tegenwoordig zeker ook via je eigen website en sociale media) nog voor het eigenlijke drukken van je boek waarbij je de mogelijkheid vermeldt om het boek goedkoper te verkrijgen als er voor een bepaalde datum ingeschreven en betaald wordt. Voordeel van het uitgeven in eigen beheer is dat je alles zelf in de hand hebt. Maar dat is tegelijk ook een groot nadeel: je moet zelf oplossingen zoeken voor de opmaak en de redactie, beslissen over de oplage en bedenken hoe je je boek gaat verkopen.

Voor kleine oplages met een beperkt aantal pagina’s (vb. een brochure) kan je eventueel zelf aan de slag gaan met het tekstverwerkingsprogramma Word en het bij de betere kopiezaak laten afprinten. Je kan kiezen uit diverse soorten papier en hebt ook keuze uit een aantal manieren om je boekje of brochure te binden (vb. nieten of lijmen). Voor grotere oplages, een groter aantal pagina’s en een professioneler resultaat kan je beter werken met een digitale printservice. Je kunt meestal kiezen uit een aantal standaardformaten en papiersoorten, waarna je boeken worden geprint, gelijmd en voorzien van een omslag. Een digitale printservice drukt op digitale printers en gebruikt als bindtechniek verlijmen of ‘garenloos brocheren’. Je krijgt een goed resultaat, maar de uitgave van een grote uitgeverij zal mooier zijn. Bij drukkerijen heb je wel een grote keus in papiersoorten, omslagen en bindwijzen. Die kwaliteit en keuzemogelijkheden betaal je wel. Bovendien moet je meestal een minimum van 150 exemplaren afnemen, maar bij een gewone digitale printservice is dit vaak ook het geval.

Een andere mogelijkheid is te werken met printing on demand (POD) uitgeverijen. Dit is een uitgeefwijze waarbij van een boek pas een exemplaar wordt gedrukt op het moment dat het wordt besteld. Soms ben je verplicht om een minimum aantal exemplaren aan te kopen. Als je voor POD kiest, maak jij van je manuscript een boek, zonder inmenging van een uitgeverij. Meestal werken deze bedrijven online. Op de site kan je elk detail van je boek bepalen. Op de website kies je de lay-out, ontwerp je de cover en bereken je de kostprijs. Dit productieproces heeft veel voordelen. Er is geen voorraad, want het boek wordt pas gedrukt als er vraag naar is. Hierdoor vermijd je hoge inversteringskosten. Je moet wel op een aantal zaken letten. Alle POD-uitgeverijen hebben een eigen werkwijze, prijsstructuur en voorwaarden. Naarmate je voor meer extraatjes kiest ben je ook meer geld kwijt. De boeken worden meestal digitaal geprint, niet gedrukt. Je zit dus ook vast aan een aantal standaardopties. Via de website van creatief schrijven vind je een overzicht van een aantal POD uitgeverijen.

Veel POD-uitgevers bieden aan om een ISBN aan te vragen. Het is echter niet verplicht om een ISBN aan te vragen voor een publicatie. Als je het boek geheel zelf zal verspreiden is het waarschijnlijk ook niet nodig. Het kan wel aangewezen zijn dit te doen als je het boek later ook via de boekhandel wil verspreiden. Via het nummer worden de bibliografische gegevens ook gemakkelijk opgenomen in databanken van bijvoorbeeld bibliotheken. Je kan het nummer ook zelf aanvragen via de websites: www.isbn.nl (voor als men werkelijk maar één publicatie gaat uitgeven) en www.boekenbank.be (voor als men in de toekomst eventueel ook nog een boek zou kunnen uitgeven).

Als je zelf een boek of brochure uitgeeft, moet je eraan denken binnen de 15 dagen volgend op de eerste verspreiding van het werk twee exemplaren te deponeren bij de Koninklijke Bibliotheek van België. Die verplichting geldt voor alle publicaties die in België worden uitgegeven, maar ook van de in het buitenland uitgegeven publicaties waarvan een auteur Belg is en in België gedomicilieerd is. Je kan de port door de bestemmeling laten betalen. Via de website http://kbr.be kan je het juiste adres en de nodige formulieren vinden (doorklikken naar wettelijk depot).

Je moet je POD-boek en eigenbeheeruitgave dan natuurlijk nog aan de man brengen. Veel POD-bedrijven hebben wel een eigen website waar het boek gekocht kan worden, maar niet veel potentiële lezers gaan uit zichzelf naar die website. Je zult zelf de promotie in handen moeten nemen. Je kan bijvoorbeeld aan plaatselijke boekhandelaars vragen of je een aantal boeken mag neerleggen in hun winkel. Je kan afspreken dit op commissiebasis te doen: pas als er verkocht wordt, moeten ze je betalen. Je kan ook een activiteit organiseren in de plaatselijke bibliotheek of hiervoor samenwerken met een culturele organisatie. Zorg ook dat je boek voorgesteld wordt op het net.

Bedenk dat er naast drukken ook andere manieren zijn om te publiceren. Je kan bijvoorbeeld je boek opsplitsen in artikels en bij tijdschriften aankloppen. Of je kan je werk ook op het web ter beschikking stellen.