De impact van corona op carnaval

In deze reeks geeft Histories een stem aan de erfgoedvrijwilligers in het veld. Niet alleen willen we graag weten hoe zij de coronaperiode ervaren, maar we hopen hiermee ook collega-erfgoedwerkers een hart onder de riem te steken. Deze keer vertellen Mieke De Loor en Jeroen Bellings over de impact van corona op carnaval.

Zoals bij verschillende gemeenschappen draagt ook het carnaval de gevolgen van de coronamaatregelen, zowel tijdens de stoetenperiode als gedurende het volledige werkjaar. Kamp je met vergelijkbare moeilijkheden of wil je graag ondersteuning bij het zoeken naar alternatieven? Histories kan je helpen. Mail naar info@historiesvzw.be.

Ondertussen kan je je alvast laten inspireren door Mieke en Jeroen.

Dag Mieke en Jeroen, kunnen jullie jezelf even voorstellen en meteen ook vertellen hoe jullie betrokken zijn in het carnaval?

Mieke: Ik ben Mieke De Loor. Ik ben afkomstig uit Aalst en ik ben nu zo’n elf jaar actief betrokken in het welgekende carnavalmilieu in Aalst. Niet alleen als carnavalist maar ook als actief lid en voorzitster van een Aalsterse carnavalsvereniging, De Toerenbiejoekes, die elk jaar meeloopt in de Aalsterse carnavalsstoet .

Jeroen: Ik ben Jeroen Bellings uit Haren in Borgloon. Ik draag verschillende petjes in het vrijwilligersveld en in het verenigingsleven. In Haren is er 50 jaar geleden een carnavalsvereniging opgericht en hier ben ik ingerold. Ik nam steeds meer verantwoordelijkheid op en zo ben ik bij de carnavalsfederatie Federatie Europese Narren Vlaanderen (F.E.N. Vlaanderen) terecht gekomen. Ik ben al tien jaar actief in deze federatie, eerst als bestuurslid, kort nadien als secretaris en sinds september als voorzitter. Daarnaast sta ik met mijn voeten ook nog in de verenigingen en in de vrijwilligerswerking van het carnaval. Ik sta op verschillende fronten paraat: zowel in het veld bij de verenigingen als in de overkoepelende federatie voor ondersteuning, het beleid en de regelgeving.

Hoe verloopt jullie werking in normale tijden?

AKV De Toerenbiejoekes

Mieke: In Aalst heb je vaste groepen (de AKV’s) en de losse groepen, onze groep is een AKV. We hebben al veel meegemaakt, maar iets zoals corona hebben we nog nooit eerder beleefd. Naar de buitenwereld toe leeft er over carnaval een bepaald beeld dat het enkel bier drinken en feesten is, maar het is veel meer dan dat alleen.

‘Vanaf 11 november tot (bijna) 1 mei is het helsdruk in normale omstandigheden, dat is eigen aan carnaval’

Jeroen: Voor F.E.N. Vlaanderen start het werkjaar op 1 mei, dan is het carnavalsseizoen achter de rug. We maken gebruik van de periode tussen 1 mei en 11 november (11 november is de officiële start van het carnavalsseizoen) als administratieve periode. Hieronder valt onder meer het in orde brengen van de verzekering van iedere groep en onze cursus tonpraten organiseren we ook in deze periode. Tweejaarlijks houden we ook een beurs voor organisatoren waar we onder andere snoepfabrikanten en kledijmakers uitnodigen. Vanaf 11 november barst de hel los (lacht). Vanaf dat moment wordt de intensiteit verhoogd binnen de verenigingen. De provinciale bestuursleden gaan dan ook ieder weekend op bezoek bij onze leden tijdens activiteiten zoals carnavalsbals. Tussendoor organiseren we met de federatie ook een verbroederingsbanket in december met ongeveer 200 deelnemers.

Op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar staat ook een groot indoor verbroederingsfeest op de agenda met zo’n 4.000 deelnemers. Vanaf 11 november tot (bijna) 1 mei is het helsdruk in normale omstandigheden, dat is eigen aan carnaval. De periode van relatieve activiteit is welgekomen na zo’n intens drukke maanden. Toch beginnen ook steeds meer verenigingen in de rustperiode activiteiten te organiseren om extra centjes in het laadje te krijgen.

AKV De Toerenbiejoekes

Mieke: Voor De Toerenbiejoekes is het een heel jaar door carnaval, het nieuwe jaar start op de eerste dag na carnaval. In de eerste maanden gaan we ons thema uitwerken. Soms zijn dat losse ideeën die al langer op de plank liggen, soms zijn het onderwerpen uit de actualiteit en soms is dat een ingeving van het moment. Wij hebben bijvoorbeeld een aantal thema’s waar we een beeld van hebben en die klaarliggen, deze thema’s kunnen we ongeacht welk jaar gebruiken. Andere thema’s zijn meer thematisch gelinkt aan een bepaald jaar of trends zoals de verkiezingsperiode of The Voice. Nu en dan valt het wel eens voor dat enkele groepen rond hetzelfde thema werken maar dan met een compleet andere insteek.

We beginnen ook de eerste ontwerpen voor het kostuum te maken. Voor de zomer ligt het eerste proefkostuum meestal al klaar. De kostuums worden gewoonlijk door de vrouwen gemaakt. Soms helpen de mannen ook, we hebben er ook een paar die kunnen stikken om een beetje atypisch te zijn (lacht). Daarnaast wordt er ook in de carnavalshallen aan de wagen gewerkt in deze periode. Om dit allemaal te bekostigen komen we niet toe met het lidgeld, we organiseren daarom een aantal evenementen zoals een eetfestijn. Sinds een acht jaar organiseren we ook een Halloweentocht gericht op jonge kinderen.

Corona heeft een grote impact gehad op verschillende onderdelen van het carnaval. Hoe hebben jullie de impact van corona beleefd? Hoe zijn jullie aan de slag gegaan met de coronamaatregelen?

F.E.N. Vlaanderen

Jeroen: Er werd enorm en volgens mij onterecht met de vinger gewezen naar het carnaval in het begin van de coronacrisis. Ik merkte bij verschillende gemeenschappen en verenigingen (waar ik lid van ben) dat ze moeilijkheden ondervinden in dit hele coronaverhaal, de werkingen liggen ondertussen al bijna twee jaar stil. Bij F.E.N. Vlaanderen hebben we steeds naar onze leden gecommuniceerd dat ze moeten kijken naar wat er wel kan en dat ze zich niet mogen focussen op wat er niet kan. We waren ons ervan bewust dat het nooit hetzelfde zou zijn in deze tijden, maar we hebben aan onze leden gezegd dat ze creatief moeten proberen te zijn. Ik had nooit gedacht dat dit zo lang zou aanhouden, we dachten dat we op 11 november 2020 wel terug actief zouden zijn.

‘Dit was voor ons een moeilijk moment, de keuze om deel te nemen of niet was zwaar, maar uiteindelijk willen we er wel staan eens het mogelijk zou zijn. Daarbij was het een erg verwarrende periode waarbij we geen antwoorden konden bieden, het was steeds “wat als” en dat was moeilijk’

Mieke: De aanloop naar carnaval was er niet, ik bedoel daarmee het werken aan een thema en een kostuum. Het was nog niet zeker of er een stoet ging zijn, of misschien een lightversie, we moesten ons dus voorbereiden zodat we toch met iets zouden kunnen buitenkomen. De Toerenbiejoekes zijn voor een back-upplan gegaan: een basiskostuum en -thema waarbij we een groot deel van onze wagen (van vorig jaar) konden recupereren want er was geen geld. We zijn direct geschakeld naar een alternatieve versie met weinig budget. Dit was voor ons een moeilijk moment, de keuze om deel te nemen of niet was zwaar, maar uiteindelijk willen we er wel staan eens het mogelijk zou zijn. Daarbij was het een erg verwarrende periode waarbij we geen antwoorden konden bieden, het was steeds ‘wat als’ en dat was moeilijk. Tijdens de aanloop hadden we de betrokkenheid niet die er normaal is en de mensen misten elkaar.

‘Ik denk niet dat verenigingen ooit zoveel tijd hebben gehad en spontaan in hun archieven zijn gedoken om te zoeken naar oude filmpjes en foto’s.’

Jeroen: Als federatie hebben we de activiteiten die we zelf organiseren helaas moeten annuleren. We hebben alles zo lang mogelijk uitgesteld maar we hebben dan wel alle verenigingen aangepord om door te gaan met wat wel nog kan. Verschillende groepen zijn aan de slag gegaan met livestreams, ontbijten, carnavalswandelingen en heel veel archiefmateriaal. Ik denk niet dat verenigingen ooit zoveel tijd hebben gehad en spontaan in hun archieven zijn gedoken om te zoeken naar oude filmpjes en foto’s. Het voorbije carnavalsjaar is voornamelijk een digitaal verhaal geworden, dit is natuurlijk niet hetzelfde als normaal.

F.E.N. Vlaanderen

We wilden de verenigingen ook niets opleggen, er zijn groepen die bewust niks hebben ondernomen omwille van bijvoorbeeld de leeftijd van hun leden. De mensen die op automatische piloot deelnamen aan het vrijetijdsverhaal hebben ondertussen misschien een andere invulling gevonden. Ik vrees dat een schifting zal plaatsvinden binnen de verenigingen, maar ik hoop dat iedereen wel nog kan rechtveren. Daarbij hebben we ook een daling in het aantal leden gemerkt bij onze federatie omdat ze een jaar op non-actief hebben gestaan.

Mieke: Je merkt ook dat het heel moeilijk is om de groep samen te houden omdat de contacten toch verwateren. Waar we elkaar anders, zeker in de laatste maanden, dagelijks horen of zien, was dat nu niet zo. Toch hebben we ons best gedaan om contact te houden: we zijn online blijven vergaderen en op nieuwjaar hebben we een online nieuwjaardrink gehouden met onze leden. We hebben iedereen toen persoonlijk een pakketje aan huis gebracht in samenwerking met onze vaste cafébaas.

Welke alternatieven hebben jullie op poten gezet ondanks de impact van corona op jullie werking?

Jeroen: Bij F.E.N. Vlaanderen hebben we een inspanning gedaan om toch enkele initiatieven door te zetten. Als we als federatie niets zouden doen, kunnen we de verenigingen ook niet stimuleren om actief te blijven. We hebben de uitgave van het ledenblad gereduceerd van vier naar twee uitgaven. Zo konden we de uitgave van ons ledenblad verderzetten en de kosten verminderen. Op die manier konden we het carnaval toch wat levend houden onder onze lezers. Verschillende Vlaamse burgemeesters en ministers bevoegd voor cultuur en erfgoed krijgen dit blad ook, zo tonen we hen ook dat we actief zijn en blijven. We hebben ook de hashtag ‘FENVlaanderen’ (#FENVlaanderen) gelanceerd om de zichtbaarheid van carnaval online ook te laten leven. Onze gemeenschappelijke troeven van carnaval hebben we zo in de kijker gezet bij alle lokale groepen. Tijdens de periode van inactiviteit (omwille van corona) hebben we een nieuw initiatief rond carnavalsmuziek op poten gezet, hier was best veel animo voor bij meerdere carnavalsverenigingen en erfgoedorganisaties. Het is mooi om te zien dat ze de muziek gaan digitaliseren. We zijn hiervoor een webapplicatie aan het ontwikkelen mede dankzij subsidies van de erfgoedcel Haspengouw. We gaan zo proberen om een erfgoeddatabank met carnavalsmuziek te maken, we hopen iedereen te kunnen enthousiasmeren voor dit project.

‘We hebben alle opdrachten zelf verzonnen. We hebben ons gebaseerd op bestaande denkspelletjes en er een sausje Aalst Carnaval over gegoten.’

Mieke: Tijdens de eerste lockdown had een van onze leden een aantal kleurplaten gemaakt van de winnende kostuums van het jaar ervoor. Deze kleurplaten werden op een Aalsterse carnavalsblog gepost, hier kon iedereen de kleurplaten downloaden. In de tweede lockdown kregen we spontaan de vraag of er nog kleurplaten zouden komen, toen kwam het idee dat we er wel meer mee konden doen. Zo zijn we op het Carnavalsdoeboek gekomen. Met enkel kleurplaten konden we niet het grote publiek aanspreken.

Het carnavalsboek van De Toerenbiejoekes

Verschillende volwassenen wilden namelijk ook iets doen en hier hebben we op ingespeeld. Origineel zou het een doeboek worden met aan de ene kant opdrachten voor kinderen en aan de andere kant opdrachten voor volwassenen. We kozen uiteindelijk voor twee volwaardige doeboeken met allerlei opdrachten voor beide doelgroepen: kleurplaten, denkspelletjes, sudoku’s, woordzoekers met de namen van prinsen en Aalsterse carnavalsfiguren en nog veel meer. In het kinderdoeboek zit ook een spel ‘plaats de foor’ waarbij je de kermiskramen op de Keizershallen moet plaatsen (waar deze normaal gezien ook staan). We hebben alle opdrachten zelf verzonnen. We hebben ons gebaseerd op bestaande denkspelletjes en er een sausje Aalst Carnaval over gegoten. Zonder corona was dit doeboek er nooit geweest.

Wat is jullie (nabije) toekomstperspectief?

Jeroen: Ik hoop uit de grond van mijn hart dat we na onze ‘winterslaap’ (die nu bezig is) op 11 november kunnen starten met het klassiek carnaval. Misschien wel met randvoorwaarden dat evenementen in openlucht zullen moeten plaatsvinden, we zijn ondertussen het nieuwe normaal ook al een beetje gewoon. Het carnaval is te vergelijken met de vrijetijdssector zoals dancings en feestzalen, eens mensen een glas drinken komen ze al dichter bij elkaar. Hoewel het bij carnaval vieren niet draait om dat glas, het draait om de gezelligheid en de sociale contacten en daar hoort al eens een glas bij. Er zijn enkelen die pessimistisch zijn en zeggen dat we op 11 november niet zullen vieren, wij hopen van wel. Als we geen perspectief krijgen om dit jaar nog iets te doen, stopt het voor veel verenigingen.

‘Ik denk dat we daar allemaal realistisch in moeten zijn en rekening mee moeten blijven houden dat we nog een alternatief jaar aan onze broek gaan hebben.’

Mieke: Ik denk eerlijk gezegd dat we ook volgend jaar geen normaal carnaval zullen hebben. Veel groepen houden hier ook al rekening mee. Het carnavalsgebeuren is een onderdeel van de evenementensector want groepen gaan op festivals en dergelijke werken om wat geld in het laadje te krijgen. We kunnen moeilijk elke week voor dezelfde mensen een eetfestijn organiseren. Daarom zullen we op een andere manier geld moeten inzamelen, als dat niet kan zal het sowieso een bizar jaar worden. Als we rond de zomer niet het fiat krijgen om samen in een hal aan de wagen te werken, gaan we de wagens gewoon niet klaar krijgen. Er zijn nog te veel factoren waar niemand een antwoord op kan geven op dit moment. Ik denk dat we daar allemaal realistisch in moeten zijn en rekening mee moeten blijven houden dat we nog een alternatief jaar aan onze broek gaan hebben.

F.E.N. Vlaanderen

Jeroen: Mensen moeten een perspectief hebben. Mijn perspectief is dat ik op 11 november hopelijk terug kan starten en dat we in de zomer onze cursus tonpraten opnieuw kunnen organiseren, al is het misschien digitaal. Corona heeft ook voordelen gehad, mensen hebben bepaalde dingen opnieuw leren appreciëren. Ze zijn onder andere in hun archieven gedoken en ze hebben de digitale omslag (voor een stuk) gemaakt. Zo zijn er wel dingen die beter zijn gegaan (dankzij corona), maar moet het daarom allemaal zo blijven? Absoluut niet, er gaat niets boven een traditionele carnavalsviering.

Is er misschien een gouden tip of een advies wat je andere erfgoedvrijwilligers zou kunnen meegeven?

Mieke: Alles wat je normaal zou doen kan je proberen te vertalen naar een coronaproof alternatief. Tracht iets origineel te vinden zodat je toch dingen kan blijven voortzetten zoals je normaal gedaan zou hebben zonder corona. Je weet niet hoelang het nog gaat duren vooraleer alles terug volledig is zoals het ooit is geweest, dus je moet wel oplossingen gaan zoeken. Hoe meer je daarmee bezig bent, hoe meer ideeën je zal krijgen. We hebben bijvoorbeeld een aftelkalender met beeldmateriaal van vorig jaar voor onze leden gemaakt, zo kunnen we samen aftellen naar het nieuwe carnavalsjaar.

Jeroen: Het is mooi om te zien dat onze verenigingen massaal in hun archief zijn gedoken. Mijn oproep aan hen is om zo verder te doen, blijf je erfgoed (archieven) updaten, organiseren en ontsluiten zoals jullie dat nu doen tijdens corona. Mensen hebben hun schatten op zolder ontdekt en worden geprikkeld om er nog meer te vinden. Ik hoop dat ze dit gaan blijven ontdekken, hier moeten we als federatie mee over waken. Daarnaast hoop ik dat ze bepaalde (digitale) tools die ze hebben ontdekt blijven gebruiken. Dat kan mogelijkheden bieden om jongeren aan te spreken en nieuwe leden te winnen binnen verenigingen zodat zij ook meegenomen worden in de traditionele carnavalsbeleving. Het is een tweeledig verhaal: ik hoop dat groepen uit het verenigingsleven hebben geleerd dat ze oog moeten blijven hebben voor hun archief en dat het omgekeerde ook waar is. Dat de ‘echte’ erfgoedmensen ook eens uit hun archief komen en dat ze andere kant zullen ontdekken. Dat is net het gekke, dat de impact van corona in twee richtingen kan werken.

Dankjewel, Mieke en Jeroen voor dit interview! We duimen mee voor een mooi carnavalsseizoen in 2022!