DSMG kiest bewust voor inclusieve (vrijwilligers)werking: ‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje’

Op een laagdrempelige en inclusieve manier een vrijwilligerswerking uitbouwen, daar weten ze bij het DSMG (Documentatiecentrum voor Streekgeschiedenis Maurits Gysseling vzw) alles van. We spraken met Bert Vervaet en Louis Gevaert over de werking van het DSMG, dat vanuit het Groot Begijnhof in Gent al sinds 1970 een bibliotheek archief over de geschiedenis van Gent en de omliggende gemeenten beheert. Hoewel het DSMG vooral bekend staat om haar diverse historische en actuele documentatie, wilden wij meer weten over de unieke aanpak van hun medewerkersbeleid.

In plaats van een groepsfoto met de vrijwilligers staat dit jaar deze foto met de vrijwilligers in het jaarverslag van DSMG. Collagefoto Louis Gevaert, Jaarboek 57-2020 van de Heemkundige Kring De Oost-Oudburg

Bert Vervaet is inmiddels zestien jaar actief als voorzitter van het DSMG. Toen hij zijn functie oppakte, zette hij zijn vrijwilligers hoog op de agenda. Dit was een goede keuze, want onder zijn leiding is de DSMG-ploeg gegroeid van vier tot de huidige 45 vrijwilligers. Gelijk met Bert begon collega Louis Gevaert als ondervoorzitter. Samen staan ze in voor het bestuur en de vrijwilligerswerking van het de organisatie. Naast de ‘gewone’ vrijwilligers werkt Bert met de vrijwilligers vanuit OBRA/BAKEN, terwijl Louis het aanspreekpunt is voor mensen die vanuit een werkstraf actief zijn binnen het DSMG.

Een diverse vrijwilligersploeg

Bert en Louis delen dezelfde visie op vrijwilligerswerk en het medewerkersbeleid, waarbij ze zich verantwoordelijk voelen voor de medemens in de Gentse gemeenschap. ‘Als organisatie die zelf veel van de stad krijgt, vinden wij het zinvol, dat we ons ook inzetten voor anderen.’ Dat is de weg die Louis en Bert zelf kozen, maar waarbij het lot hen ook een handje hielp. Zes jaar geleden werden ze namelijk benaderd door OBRA/BAKEN vzw, dat eveneens op het Groot Begijnhof is gevestigd. Dit samenwerkingsverband helpt volwassen mensen met een beperking bij het vinden van een zinvolle vrijetijdsbesteding. Sindsdien wezen ze verschillende mensen door naar het DSMG. Zo bevinden zich in het team mensen met een lichamelijke beperking, personen met een psychische stoornis en langdurig werklozen, die samen ongeveer 15 procent van het team uitmaken. Zes jaar geleden kwamen hier de medewerkers bij die werden doorverwezen vanuit justitie. Inmiddels zijn er hierdoor meer dan dertig personen met een taakstraf van 80 tot 400 uur werkzaam geweest bij het DSMG. ‘Ze hebben iets mispeuterd’, zegt Louis, ‘maar we weten niet altijd wat. Sommigen zeggen het, maar de meesten niet.’

Een gevarieerd team dus. Maar de vrijwilligers worden niet ingelicht over de achtergrond van nieuwe vrijwilligers en/of ‘de mensen met een taakstraf’. Vaak is het voor het vaste team niet eens duidelijk wie in de vereniging actief is omwille van een werkstraf. Louis: ‘We zeggen het ook niet aan onze medewerkers wanneer er iemand nieuw is. Dit zien ze vanzelf wel. En het is pas als mensen na een korte tijd weer vertrekken, dat denken mensen, ah, dat zal wel iemand met een werkstraf geweest zijn.’ De bedoeling is dat mensen met een taakstraf op eenzelfde manier benaderd worden als alle andere medewerkers. Ook wordt de vrijwilligers niet verteld hoe ze met de medewerkers vanuit justitie om moeten gaan. Dit is volgens Bert Vervaet ook onmogelijk, aangezien de mensen te veel van elkaar verschillen. Zo was een eerste medewerker een heel chique type, een bankmedewerker met een hoge opleiding. De persoon hierna was weer volledig anders. Om die reden is het niet zinvol om een handleiding voor deze werknemersgroep te schrijven. De meeste communicatie verloopt informeel, tijdens de gemeenschappelijke koffie- en lunchpauzes. Op die momenten worden persoonlijke verhalen uitgewisseld en vriendschappen gesloten. Toch is zo’n pauze ook wel eens gebruikt om een serieuze mededeling te doen. Zo vertelde een man die leidt aan epileptische stoornissen, hoe het team hem het best bijstaat bij een aanval.

Iedereen is welkom

Louis en Bert zijn trots op alle medewerkers van DSMG. Dit zeggen ze niet alleen, maar het is ook duidelijk terug te zien in het jaarboek 57-2018 van de Heemkundige Kring De Oost-Oudburg waar alle vrijwilligers alfabetisch staan opgelijst. Bert: ‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, we zijn allemaal vrijwilligers en niemand is eigenlijk de baas.’ Iedereen is welkom, zowel op projectmatige basis als voor een lange periode. Daarbij is het belangrijk dat de vrijwilligers zo veel mogelijk zelfstandig kunnen werken.

Bert: ‘Als mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun afdeling dan zijn ze ook meer gemotiveerd. Op die manier hebben we mensen die hier al vijftien jaar met enthousiasme werken omdat ze hun afdeling zelf in handen hebben mogen nemen. Maar er zijn er ook die hier naartoe komen voor het sociale aspect, die gewoon graag komen omdat ze dan uit hun isolement geraken. Dat is prima. Zolang wij er voor iemand kunnen zijn, iets voor iemand kunnen betekenen, maakt het niet uit of die persoon vooral koffie komt drinken. Het weinige dat die persoon dan doet, is toch mooi meegenomen.’

Een echt uitgeschreven vrijwilligersbeleid heeft het DSMG niet. Maar als ze de missie van hun vrijwilligersbeleid in één zin moeten samenvatten, dan is dat ‘mensen het werk geven, wat ze graag hebben’. Zo mag er soms ook wat afwisseling zijn, zodat mensen niet altijd hetzelfde moeten doen. Dit geldt ook voor de medewerkers met een werkstraf. Louis: ‘Wanneer zij het een keer beu zijn om te knippen en te plakken, dan mogen ze altijd de borstel pakken of een keer stofzuigen, dit moeten ze niet komen vragen.’ Hoewel Louis en Bert hun visie op deze manier omschrijven, blijkt uit het gesprek dat hun inzet veel verder gaat dan het aanbieden van een gevarieerd takenpakket. Ze geven hun vrijwilligers ook praktisch advies over hoe ze zich in de maatschappij kunnen weren. Hierbij kijkt DSMG duidelijk naar de mens achter de vrijwilliger. Deze persoonlijke aanpak zorgt ervoor dat een gevarieerd gezelschap zich thuis kan voelen binnen de organisatie. Ook vullen de takenpakketten van de medewerkers vanuit justitie en de vrijwilligers elkaar goed aan. Louis en Bert merkten op dat mensen met een werkstraf vaak het liefst licht of huishoudelijk werk doen bij hen. Dit is prettig voor de vaste vrijwilligers, omdat zij dan meer tijd hebben voor het ordenen en beheren van het archief.

Het totaalpakket is nog altijd positief

Louis en Bert kiezen er dus bewust voor om een inclusieve vrijwilligerswerking uit te bouwen. En hoewel de balans nog altijd zeer positief is, hebben zich ook uitdagingen voorgedaan. Zo was er een medewerker vanuit justitie, die het de organisatie moeilijk maakte: ‘Hij bedreigde ons, probeerde ons zwart te maken en stuurde de arbeidsinspectie, de brandweer en monumentenzorg op ons af. (…) Uiteindelijk is dat verslag (van de arbeidsinspectie) heel positief uitgevallen, waardoor we aan het stadsbestuur konden tonen dat we in orde waren.’ Ook de productiviteit van deze werknemers is zeer divers. Louis: ‘Er zijn er al geweest die, zodra je je rug draaide, bezig waren op hun telefoon. Maar er zijn ook mensen die zelf initiatief nemen en meer doen dan wat ze moeten doen. Zolang het totaal positief blijft, blijven we op deze manier werken.’ Louis en Bert geloven dus in het geven van kansen. Dat dit niet altijd uitloopt op een succes, is niet zo erg. Bert: ‘Zo kwam hier een autistische jongeman werken die was doorverwezen door BAKEN. Hij was hier maar een paar uur en we voelde het al aankomen, het was voor hem veel te druk hier.’ Ook al was het voor deze jongen geen succes, iedere kennismaking is een kans voor zowel de vrijwilliger als het DSMG.

Er zijn dan ook er zeer veel voordelen aan het hebben van een gevarieerde vrijwilligersploeg. Iedere vrijwilliger brengt uiteindelijk een eigen expertise, een netwerk en een persoonlijkheid in de organisatie. Binnen het DSMG werken bijvoorbeeld mensen, die nu op vrijwillige basis doen wat ze voorheen als professionals deden. Zo kwam een vroegere vrijwilliger bij de vereniging terecht na een burn-out. Na twee jaar was hij er weer bovenop en heeft hij zich weer op de arbeidsmarkt kunnen invoegen. En juist deze bemiddelende rol willen Bert en Louis graag op zich nemen: ‘We proberen, en ik denk dat we daar in slagen, om mensen te helpen bij het uitbouwen van hun globale leven. En doordat er zich bij ons vriendschappen of kameraadschappen ontwikkelen, kunnen deze contacten een enorme verrijking voor hen zijn.’