Getuigenis: de impact van corona op stoeten

Voor deze derde editie van onze getuigenissenreeks laten we Bart Wemaere en Jean-Marie Tahon aan het woord over de impact van de corona op hun stoet. Zoals zovelen moesten ze hun Hoppestoet in Poperinge dit jaar annuleren en is ook de editie voor 2021 nog onzeker. Histories wil samen met jullie op zoek gaan naar alternatieven. Stuur dus zeker een mailtje naar info@historiesvzw.be als je geïnteresseerd bent of ook met deze moeilijkheden kampt. Ondertussen kan je je alvast laten inspireren door Bart en Jean-Marie.

Kunnen jullie jezelf voorstellen en meteen ook vertellen hoe jullie betrokken zijn bij de Hoppestoet?

Bart: Ik ben Bart Wemaere. Ik werk voor de stad Poperinge als beleidscoördinator vrije tijd. In die zin ben ik de eindverantwoordelijke voor de Bier- en Hoppefeesten. Dat is een heel weekend, met veel verschillende facetten in september, van vrijdag tot zondag, dat om de drie jaar plaatsvindt met de Hoppestoet als hoogtepunt. De eerste Hoppestoet ging door in 1956 en sindsdien jaarlijks tot en met 1960. Vanaf dan werd het een driejaarlijks gebeuren. Dit jaar zouden we normaal de 25ste Hoppestoet vieren, een jubileumeditie dus, maar dat is niet kunnen doorgaan.

Jean-Marie: Ik ben Jean-Marie Tahon. Ik neem al enkele jaren de regie van de stoet op mij, die werd dit jaar afgelast en wordt nu één jaar uitgesteld. Daarvoor heb ik ook een 5 à 6-tal edities meegewerkt als muzikale verantwoordelijke over alle muziekkorpsen, koren enzovoort. Vanuit dat comité vroegen ze mij zo’n 15 jaar geleden om de volledige regie op mij te nemen. Ik ben zo al 33 jaar actief bij de stoet als vrijwilliger!

Hoe verloopt jullie werking in normale tijden?

Jean-Marie: Aan de stoet werken wij altijd een volledig jaar, meestal zelfs wat meer: we starten in de periode mei-juni van het jaar ervoor. En dan is er nog meer dan een jaar. Vanaf september is er elke maand een geplande vergadering met het stoetencomité; dat zijn een tiental mensen. Daarin zitten verantwoordelijken voor de kledij, grime, paarden, techniek, rekrutering van jongeren, contacten met jeugdverenigingen en scholen… . Met die mensen komen wij maandelijks samen en dan worden er afspraken gemaakt. Soms doen we een plaatsbezoek om de wagens of kledij te gaan bekijken. Wanneer september nadert zijn de vergaderingen wel nog wat intenser, dan spreken we ook af met de stoetcommissarissen die de stoet gaan begeleiden.

Bart: Zoals gezegd gingen we dit jaar normaal onze 25ste Hoppestoet hebben. Het programma van die jubileumeditie gaan we nu volgend jaar doen – hoop ik. We beginnen op vrijdag met een kinderparade, waarbij de basisscholen door de stad trekken. We maken met recyclagemateriaal kostuums met hop als thema. Ze mogen ook een klein wagentje maken waarmee ze door de stad trekken. Wij zetten onze eigen wagens ook in, samen met de harmonie om de parade wat groter te maken. Ouders komen naar hun kinderen kijken en de kinderparade eindigt in de tent om daar samen met de oma’s en opa’s te zingen. In de feesttent is er een seniorennamiddag met veel sfeer, Vlaamse Schlagers, bier in grote bierpotten… de ideale opener van het weekend. En zo brengen we de generaties samen – door corona kon dat nu niet maar dus hopelijk volgende editie wel.

’s Avonds is er in de tent een verbroederingsfeest, met de uitgenodigde delegaties uit de jumelagesteden uit Hopregio’s in onder andere Engeland, Frankrijk, Duitsland en Tsjechië. Op zo’n avond spreek je zeven talen ineens, zeker als je wat gedronken hebt! (lacht)

De zaterdagnamiddag beginnen we met een taptoe op onze paardenmarkt. Een vijftal harmonieën brengen daar een show. ‘s Avonds is er in de tent een Hopkoninginverkiezing. We doen dat met trio’s, meestal gelinkt aan een jeugdbeweging. Er is één iemand van het trio die de koningin is en de andere zijn de eredames. Die verkiezing is altijd een gigantisch succes waar veel jongeren op af komen.

Zondag starten we met een mis, gevolgd door de kroning van de koningin. In de namiddag is er dan uiteraard de Hoppestoet. Tegelijkertijd hebben wij ook Lekker Westhoeks, een streekbierenbeurs met streekgerechten in openlucht. Afsluiten doen we in de feesttent met een feest. De Hoppestoet, waarbij we naar schatting een 20.000-tal bezoekers lokken is het absolute hoogtepunt van het weekend.

Wie loopt er allemaal mee in de Hoppestoet? Wat voor soort stoet is het eigenlijk?

Bart: Er zijn 86 groepen met zo’n 1.500 deelnemers. Vooral de kinderen van de scholen zijn bijna de helft van de deelnemers. Het is nog altijd een eer om als Poperingenaar en zeker als kind/scholier deel te nemen aan de stoet. Het is dus absoluut geen probleem naar rekrutering toe – een probleem dat bij andere stoeten soms wel voorkomt. En uiteraard heb je dan de volwassenen. Naast de kinderen zijn er ook harmonieën, eigen harmonieën maar ook die van de zustersteden uit het buitenland, de hopkoninginnen en groepen zoals steltenlopers of vendeliers die ingehuurd worden. De stoet bestaat uit verschillende delen en vertelt het verhaal van de hop: hop in de geschiedenis, het landbouwproces van hop (telen, oogsten, verwerken) en hop in de wereld.

Jean-Marie: Het accent van de stoet – en dat is ook wel het mooie volgens de kritieken – ligt bij de grote aanwezigheid van kinderen. Zij beelden de insecten – de vrienden en vijanden van de hop – uit. Zij zijn daarvoor de ideale figuranten en zijn altijd geliefd bij het publiek, het is dan ook een vertederend beeld. Zij brengen natuurlijk zelf ook veel publiek mee zoals ouders of grootouders. De Hoppestoet is ondertussen ook een heel muzikale stoet geworden. Als muziekleerkracht vind ik dat heel belangrijk want een stoet moet leven uitstralen, bijvoorbeeld door dialogen en verhalen, maar ook door interactie en uitdelen van hoppeproducten. Er zijn ook veel koren aanwezig, zij zingen een typisch lied dat gelinkt is aan de hoppeplant. Er wordt ook veel met accordeons gewerkt en we proberen ook altijd enkele showbands uit te nodigen. Dat heeft wel een prijskaartje, daarom is het positief dat de stoet maar om de drie jaar uitgaat, zodat we daar goed aan kunnen werken, zodat we heel veel wagens en kledij kunnen vernieuwen en dat we kunnen sparen om goeie muziekkorpsen te vragen. We proberen ook bij elke editie een aantal andere verenigingen te vragen, maar er moet altijd een link zijn met hop. Zo zwaaien de vendeliers met de vlaggen van hoplanden in de wereld.

Corona heeft roet in het eten gestrooid van die jubileumeditie. Hoe hebben jullie die impact van corona beleefd? Hoe zijn jullie aan de slag gegaan met de coronamaatregelen?

Bart: Het is een driejaarlijks gebeuren, waar veel bij komt kijken, dus wij waren al lange tijd bezig met de voorbereiding van 2020. Wij hebben die voorbereiding – toen we zagen dat er een lockdown ging komen – nog even voortgezet: maandelijkse vergaderingen in maart gingen ook door – we wisten niet hoe lang de lockdown zou duren en september was nog veraf. Het was misschien allemaal nog mogelijk? In samenspraak met het schepencollege zouden we definitief beslissen op het moment dat we grote kosten zouden beginnen doen, die we niet meer kunnen recupereren als het niet meer zou kunnen doorgaan. Op 27 april is het doek gevallen. Tot die dag hebben we eigenlijk voortgedaan alsof we in september de feesten zouden kunnen hebben. Dus ook in april hebben we nog online vergaderd.

We hebben gigantisch veel moeten afzeggen, want administratief en logistiek waren we volledig klaar. We moesten alleen nog in de praktijk beginnen. De afzeggingen hebben ons ook heel wat tijd gekost, maar de mensen hebben daar wel positief op gereageerd. We waren een beetje bang voor de extra kosten die afzeggingen met zich mee zouden brengen: contracten verbreken (bijvoorbeeld de tribunes voor de markt) maar we hebben verder geen schadevergoedingen of extra kosten gehad, behalve wat publiciteitskosten.

Belangrijker was de mentale slag, want als je er meer dan een jaar mee bezig bent, dan doet dat zeer om te zeggen: ‘goed, we leggen alles stil’. Als je weet dat dat hét belangrijkste feest in drie jaar in Poperinge is en dan plotseling, ja… ook bij het publiek was er wel een depri-sfeer. Maar goed, als je dat uitlegt dan begrijpt iedereen dat we niet langer konden wachten en ook niet anders konden.

Jean-Marie: Ook voor de vrijwilligers van de stoet was het zo. De lockdown begon half maart. Dan hebben wij nog één vergadering fysiek gehouden met het overkoepelend orgaan (met Bart, de schepen, enzovoort) en daar werd al enige twijfel geuit, maar niemand had gedacht dat het allemaal zo lang ging lopen. Geleidelijk aan werd dan besloten om digitaal te vergaderen en verder te gaan met de voorbereidingen. Eind april werd dan besloten om de stoet niet te laten doorgaan.

Natuurlijk, nu zitten we met het probleem dat de tweede golf er is. We weten ook niet hoe dat allemaal verder zal evolueren. Het werd al gezegd: we gaan weer rond dezelfde periode in de loop van april of misschien zelfs nog vroeger moeten beslissen wat we gaan doen. Want er zijn heel veel groepen die wij moeten contacteren – je mag daar ook niet te laat mee zijn, want dan zijn die natuurlijk al bezet. En als je te vroeg beslist dan moet je misschien weer melden aan die groepen dat het toch niet doorgaat. Ik vind het belangrijk dat wanneer het zover is, er een duidelijke beslissing genomen wordt en dat we niet meer moeten terugkeren op een genomen beslissing.

We zitten een beetje verwrongen met de gedachte wat we nu moeten doen. De voorbereidingen, zoals de technische dienst die aan de wagens werken, gaan door. En zij krijgen nu een extra winter, de ideale periode, om aan de wagens te werken. Dat is dan toch iets positief.

‘Alles is stilgevallen’, zeggen jullie, ‘we gaan volledig voor het originele format maar dan gewoon een jaar later.’ Hebben jullie er ooit aan gedacht om een soort van alternatief te laten doorgaan in 2020?

Bart: Ik wist dat die vraag ging komen (lacht). We doen alles voor de originele feesten maar we hebben dit jaar wel een light-editie georganiseerd. Half september was het nog behoorlijk qua corona en gingen we uit van eventuele spontane initiatieven, zoals mensen die zelf kleine feestjes in mekaar zouden steken met bierpotten. Het leek ons beter om dat toch wat zelf te sturen. Het was ook belangrijk om de ontgoocheling over de afgelasting wat weg te nemen, dus zijn we voor de Hoppefeesten Light gegaan met een aantal acties.

Zo hebben we een Bier- en Hoppefeestenvlag gemaakt die we verkochten via een webshop. Dat is meteen ook een duurzame actie, we zijn van plan om die ook te gebruiken de komende jaren. Ze werden gebruikt om de huizen te bevlaggen en het centrum in te kleden. Met een 100-tal vlaggen in het centrum was dat geen slechte actie. Daarnaast hebben we ook bierpotten verkocht zodat er in de eigen bubbel gevierd kon worden. Een paar honderden bierpullen werden verkocht via de webshop en een standje op de Vrijdagmarkt. Ook werden de gevels en openbare gebouwen versierd met hopranken en werd er op vrijdag, de dag van de normale start van de Feesten, een korte zitting gehouden. Een rondgang van de harmonie van de stad bracht toch een beetje sfeer aan de honderden mensen die op het terras van de horecazaken zaten. Om 20 uur werd een compilatie van filmpjes met speeches van onze burgemeester en de burgemeesters van alle jumelagesteden getoond. We hadden iedereen een bierpot gestuurd, ze hebben dat filmpje zelf ingekleed vanuit hun eigen tuin of zwembad. Zo werd het een originele start van de alternatieve Hoppefeesten. Ook de Poperingenaren werden betrokken, we kregen heel wat foto’s en filmpjes binnen van vieringen in privébubbels. De compilatie van die inzendingen werden een groot succes op sociale media.

Op zaterdag hebben we toch iets fysiek gedaan. Op de markt stond een fotobox waar mensen zich konden verkleden met hopranken en stoetkleren. Die foto’s konden gedeeld worden op sociale media. Er stonden ook gegidste wandelingen en bezoeken aan hopbedrijven met degustaties van bieren op het programma, allemaal uitverkocht. We hebben wel wat respons gehad in de pers en zeer veel positieve respons van de mensen: al deden ze niet mee, ze hebben gezien dat er iets was dat leuk was. Op die manier zijn de Bier- en Hoppefeesten niet helemaal verloren gegaan.

We hadden ook een paar wagens van de Hoppestoet op de markt gezet als decor… het light-initiatief is dus zeker niet ongemerkt voorbijgegaan, maar het was natuurlijk niet zoals we het initieel wilden.

“zeer veel positieve respons van de mensen: al deden ze niet mee, ze hebben gezien dat er iets was dat leuk was. Op die manier zijn de Bier- en Hoppefeesten niet helemaal verloren gegaan.”

Jean-Marie: Voor de stoet zelf hebben we nooit aan een alternatief gedacht. Het leek ons onmogelijk. Ik heb toch gemerkt dat er bij heel wat mensen toch een beetje versiering was, hopranken of het typische hopbier aan de voorruit. Men probeerde wel om het niet helemaal te vergeten, maar veel meer was er niet. Het muziekkorps heeft ook weleens opgetreden, zo in de vooravond om toch een klein beetje de sfeer te brengen maar daar bleef het bij.

Jullie haalden het eerder al aan: jullie willen alles uit de kast halen om die feesteditie dan toch in 2021 te houden. Maar verwacht je nu al bijsturingen te doen of gaan jullie voor volledig hetzelfde concept als er pre-corona uitgedacht werd?

Bart: We hebben zeer veel zaken die niet coronaproof zijn. Zo’n feesttent is bijvoorbeeld het hoofdcentrum van de feesten. Daar kunnen 3.500 mensen in, mensen zitten daar dicht bij elkaar maar dat is net de charme ervan: zwaaien met de bierpotten, zingen, optredens van grote artiesten… dat is de essentie van onze Bier- en Hoppefeesten. Vergelijk het met de bierfeesten van München en dergelijke, maar uiteraard in kleinere vorm. Als we dat niet kunnen doen, dan gaan de feesten niet door want dat is een van de kernelementen. Ook de stoet is zeer belangrijk. Dat kun je niet coronaproof maken. Als het publiek geen twee à drie rijen dik mag staan, dan is ons parcours veel te klein. Je kan dat niet zomaar 4 of 5 keer groter maken. Ook de groepen moeten geschminkt en aangekleed worden, dat is op dit moment niet te doen. Ik denk dat, als er geen vaccin is en we nog even ver zijn als nu, de stoet gewoon niet kan doorgaan. Er zijn geen alternatieven. We kunnen moeilijk de feesten organiseren met 4 aan een tafel, met bediening aan tafel en ver van elkaar. Dat is geen feest meer hè. Dat is iets bieden, maar dat zijn geen Hoppefeesten. Dus als het blijft zoals nu, dan moet het uitgesteld worden, zonder alternatief.

“Ik denk dat, als er geen vaccin is en we nog even ver zijn als nu, de stoet gewoon niet kan doorgaan. Er zijn geen alternatieven.”

Jean-Marie: Bijsturingen voor onze stoet in 2021? Tja, daar hebben wij nog niet echt bij stilgestaan. We zijn een beetje aan het afwachten tot we kunnen zeggen: ‘we gaan nu een beslissing nemen van alles of niets.’ Als het antwoord dan positief is dat de stoet kan doorgaan, dan denk ik dat we daar wel zeker aan gaan denken. Maar ik denk dat die zaken, wat kan en wat niet, dan ook een beetje vanuit het nationale overlegcomité zal komen, wij gaan ons dan ook moeten aanpassen. Op dat vlak lopen wij geen risico’s, je kan en mag dat ook niet. Maar je zit natuurlijk ook met publiek, zij zitten dicht bij elkaar op tribunes. Op de ene tribune is plaats voor 1.200 man, die zitten uiteraard niet op anderhalve meter afstand. Maar, als het gevraagd wordt, kunnen zij natuurlijk een mondmasker dragen. We respecteren de richtlijnen die ze ons kunnen opleggen.

Vrezen jullie – als de Feesten niet doorgaan in 2021 – dat het draagvlak bij het publiek en het engagement van jullie vrijwilligers zal afnemen?

Bart: Het is zo dat onze stoet en feesten zeer geliefd zijn in Poperinge! Mensen willen daaraan deelnemen. Het is niet dat we een crisisproduct hebben dat nog sterker in crisis kan zijn – integendeel. Iedereen gaat het spijtig vinden en iets langer moeten uitkijken naar een volgende editie, maar ik vrees daar absoluut niet voor. Voor onze andere stoeten ligt dat anders. Wij hebben 3 stoeten in Poperinge: de Hoppestoet, de Carnavalstoet en de Mariaprocessie. De Carnavalstoet is nu al afgelast voor volgend jaar. Zij zouden nu al zwaar moeten investeren in wagens en dat kan dus niet – dus dat leek ons logisch. Al krijgen de carnavalsfeesten waarschijnlijk wel ook een light-editie door het grote draagvlak. De Maria-ommegang, dat is wel een ander probleem: dat is een religieuze stoet van meer dan 500 jaar oud, daar is het engagement sterk aan het verminderen. Dit jaar is alleen het beeld door de stad getrokken. Als dat nog eens zo is, dan kan het wel eens moeilijk worden om mensen te engageren. Met de Hoppefeesten vrees ik daar absoluut niet voor, maar het gaat ook nog maar 1 editie zijn die dan verdwijnt.

Jean-Marie: Ik denk wel dat het mettertijd moeilijker zal worden. Wij hebben inderdaad een traditie om de 3 jaar dus tussen elke editie zit al wat tijd. Daarnaast rekruteren wij ook vanuit de scholen, jeugdbewegingen en verenigingen waar vaak al een vrij grote circulatie is van de leiding of deelnemers. In de normale gang van zaken, dus om de 3 jaar, lukt dat wel maar stel dat het in 2021 ook niet kan, dan zitten we in 2022 meteen vijf jaar na de vorige editie.

Bart: Het duurde ook even voor we opnieuw zijn beginnen plannen voor de toekomst. De eerste stap die ik nu gezet heb is opnieuw de scholen contacteren rond die kinderparade, maar het is wel een beetje raar om in deze tijden mensen te overtuigen. We zijn ook van plan om in november een eerste vergadering te hebben met alle teamverantwoordelijken. Daar zullen we, vermoed ik, beslissen om alles opnieuw op te starten: we gaan al die engagementen opnieuw opfrissen en iedereen weer wakker maken. We weten nu dat we tijd hebben tot eind april om te kijken of het al dan niet zal kunnen doorgaan. Als het niet doorgaat in 2021, dan zou het weleens kunnen dat we meteen voor 2023 gaan. Je kan tenslotte niet blijven werken met tussenjaren en het is anders gewoon bijna niet te doen, omdat we anderhalf jaar voorbereiden.

Is er misschien een gouden tip of iets van advies dat je zou kunnen meegeven aan andere stoetenorganisatoren?

Bart: Alles warmhouden! Het is niet omdat het niet doorgaat, dat je niet kan communiceren en het waakvlammetje niet brandend kan houden. Vandaar ook onze Hoppefeesten light: nu moest het eigenlijk, maar het kon niet, maar we doen toch iets. En we gaan ook blijven communiceren welke pogingen we nu allemaal al ondernemen om het dan toch maar te laten lukken in 2021. Op die manier gaan we ook alle engagementen vernieuwen: mensen gaan zich terug engageren om verantwoordelijke te worden van een groep of om met een groep te komen optreden. Dus op die manier houden wij de deelnemers warm.

“Als de situatie het toelaat zou ik adviseren om zoveel mogelijk, in de mate van het mogelijke en uiteraard coronaproof, de oorspronkelijke stoet te behouden.”

Jean-Marie: Als de situatie het toelaat zou ik adviseren om zoveel mogelijk, in de mate van het mogelijke en uiteraard coronaproof, de oorspronkelijke stoet te behouden. Dus niet te veel toegiften doen, want ik vind als je te veel toegiften moet doen, je beter gaat voor uitstel. Bij een stoet is de interactie met het publiek belangrijk dus dat speelt hier ook wel mee. Het is niet zo eenvoudig om een stoet op een veilige manier te organiseren en te zorgen voor een echte stoetenbeleving. Andere stoeten, zoals carnavalstoeten onder andere in Poperinge en Aalst worstelen hier ook mee en hebben al gekozen om ook in 2021 de stoet niet te laten doorgaan. Als er rood licht komt voor een stoet, dan zou het wel goed zijn om via sociale media en dergelijke toch in te zetten op publiciteit en een mini-versie van de stoet, zoals bij ons misschien enkel de kinderparade. Op die manier blijft het toch onder de aandacht.

Dankjewel, Bart en Jean-Marie, voor dit interview. We duimen mee voor een stoet in 2021!

Afbeeldingen ©Bart Wemaere